is toegevoegd aan uw favorieten.

De bestrijding van de malaria en gele koorts en de assaineering der terreinen in het bijzonder

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhouding komt tot het aantal bloedlichaampjes, dat zich verschijnselen van ziekte zullen voordoen. Volgens Ross zijn daarvoor noodig ongeveer 50 parasieten per cM3. bloed bij een gemiddeld individu. In het lichaam treden evenwel de productie remmende stoffen op (zg. antitoxinen), welke door den niensch worden voortgebracht en waarvan de vorming kan worden bevorderd door rust en goede voeding.

Is bij een lijder het aantal sporen gedaald beneden de koortsverwekkende limiet, dan kan hij geheel herstellen of plotseling een recidief krijgen en de malaria chronisch worden.

De verschillende symptomen kunnen bij ieder tijdelijk herstel afnemen, waarbij vooral bij kinderen de immuniteit intreedt. Men heeft recidieven van korte en lange intervallen, welke tot van 9 jaar zijn waargenomen. De recidieven treden op tengevolge van allerlei oorzaken als slechte voeding, vermoeienissen, ziekten, aandoeningen, te vroeg ophouden met chinine enz.

De groote massa der bevolking in de tropen is op volwassen leeftijd tengevolge van de in hun kinderjaren opgedane malaria daardoor immuun geworden. Toch neemt dit niet weg, dat de ziekte epidemisch onder hen kan optreden, zooals de in het district Grogol (residentie Semarang) plaats gehad hebbende malaria-epidemie dit bewijst (Dr. J. T. Terburg Malaiïa-expeditie naar Grogol 1909).

Een algemeene verschijning, welke met de malaria gepaard gaat is de vergrooting van de milt. Hoewel ook andere koortsziekten gepaard gaan met miltzwelling, stelt het miltonderzoek vaak in staat de uitbreiding van de ziekte na te gaan; in door malaria geteisterde streken bestaat dikwijls een zeker verband tusschen het gemiddelde der miltzwelling en het sterftecijfer. Het miltonderzoek is gemakkelijker te verrichten en minder tijdroovend dan het onderzoek op het aantal parasieten en geeft in vele gevallen nauwkeuriger resultaten.

Volgens Ross sterft de malaria in een streek uit, wanneer er minder dan 40 anophelinen per hoofd der bevolking komen. De vrouwelijke exemplaren, die het bloed zuigen, doen dit ongeveer 24 uur na het uitkomen uit de pop of na het eieren leggen. Daar de ontwikkelingsduur van de plasmodia ongeveer 10 dagen is, zal de mug minstens dezen tijd moeten leven. Met deze faktoren rekening houdend onderstelt Ross, dat slechts ongeveer '/ïoo der vrouwelijke exemplaren in aanmerking komt voor het overbrengen der parasieten.