is toegevoegd aan uw favorieten.

Lijkverbranding of lijkbegraving?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de traditie der vervolgingstijden, het systeem van begraven in de opvatting en waardeering der Christenen dermate met wording en geschiedenis van het Christendom en met de godsdienstige handelingen der eerste tijden samen, dat het voortaan als onafscheidelijk gold.

Dan komt de IV^e eeuw; en nu verbindt zich met het begraven een opvatting, waarop ik dien te wijzen. Wij zagen, dat de kuituurheidenen (bij Minucius Felix) aan de Christenen verweten, een volksopvatting van de heidenen te deelen: bijgeloovige vrees, door het verbranden van de verrijzenis te worden beroofd. En inderdaad zagen wij bij Tertullianus, dat een klein gedeelte, behoorende tot de volksklasse, deze meening huldigde. Sommigen dachten, dat iets van de ziel in het lichaam achterbleef, steunende op het feit, dat het lichaam somtijds gaaf bleef. Tertullianus protesteert hiertegen zoo krachtig mogelijk en ontkent, dat hierin de reden kan liggen van het begraven.

Nu ontmoeten wij dit populaire animisme veel sterker in de IVde eeuw. Veelal heerschte nu inderdaad een bijgeloovige vrees voor het schenden van het graf, achtte men de verrijzenis afhankelijk van den ongeschonden toestand van het graf. Men vreesde ook de verstrooing van het gebeente door booze geesten of anderszins. Dit kwam wel hoofdzakelijk door het feit, dat in de IVde eeuw zooveel heidenen en masse de kerk binnendrongen. Ten deele berust hierop ook het verlangen, begraven te worden in de nabijheid der martelaren: ad Sanctos. Ik zeg ten deele; want de hoofdreden, die de H. Augustinus aangeeft, is deze: dat de geloovigen den overledene met meer ijver mogen aanbevelen aan de bescherming der martelaren. De H. Ambrosius zegt: »het lekend heiligenbloed moge tot de lichamen in de nabijheid doordringen en hen afwasschen van alle zondenschuld."

Ik kom dus tot deze slotsom:

De Oude Christenen achtten het begraven beter en waardiger. Dit was slechts een waardeeringsoordeel, maar volkomen natuurlijk en verklaarbaar, daar het wrortelde in het voorbeeld van Stichter en Apostelen, in geheel de bijbelsche terminologie, in de symboliek, de kunst, de liturgie en den martelaars-