Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liën op bacteriën (waarop het sedimenteeringsproces van Biedert berust) en over het aandeel der bacteriën bij de spijsvertering, verder over het gebruik van enzymen als geneesmiddelen, over de waarde van verschillende desinfectiemiddelen enz. Zijn werken verschenen onder den titel „Marceli Nenckii opera omnia" en werden in verscheiden talen vertaald. Hij overleed te Petersburg den 14dcI1 October 1901.

Neochana is een der twee geslachten, die de familie Galaxiidae vormen, welke als de Snoekfamilie van het Zuidelijk halfrond kan worden beschouwd. Zie verder Galaxiidae.

Neocomium, Neocom of Hils is de naam van de onderste afdeeling der Krijtformatie (zie aldaar).

Neo-Darwinisme is de naam, dien men geeft aan de verschillende stelsels en theorieën, die, vasthoudend aan het beginsel der selectie, de leer van Darwin trachten te wijzigen en te verbeteren. Hiertoe kan men rekenen de onderzoekingen van Wallace en vooral die van Weismann, die met Nageli en anderen aanneemt, dat. de eigenschappen der ouders door een bijzondere substantie (idioplasma) op de nakomelingen worden overgebracht. Als zetel dezer substantie geldt dan het chromatisch bestanddeel der celkernen. Catchpool, Gulick en iïomowcs hebben getracht de selectieleer door de isolatie-theorie te volmaken. Om namelijk een nieuw gevormde soort in stand te houden, moet kruising met den stamvorm vermeden worden door isolatie. Dit kan in de natuur geschieden, doordat de nieuwe soort een ander klimaat of een andere landstreek bewoont (geografische isolatie, migratietheorie). Baldwin verkondigt een leer, die zeer veel met die van Weismann overeenstemt. Geheel buiten het Darwinisme staat de theorie van W. Haacke, die het ontstaan der soorten wil verklaren uit een streven naar evenwicht der elementaire doelen (gemmariën).

Neodymium (Nd), een scheikundig element, vormt ametliistkleurige zouten, die in 1885 door Auer von Welsbach afgezonderd werden. Zij vertoonen zeer bijzondere absorbsiespectra. Het salpeterzure zout wordt gebruikt voor het ontkleuren van glas.

Neogeen (Grieksch) beteekent zooveel als jong-tertiair. Zie Tertiaire formatie.

Neograd of Nograd, een Hongaarscli comitaat, omgeven door de comitaten Sohl, Gömör, Hevés, Pest en Hont, telt op 4355 v.km. (1901) 239 097 inwoners, meerendeels Magyaren. Het land is er in het algemeen bergachtig en niet overal even vruchtbaar. De schapenfokkerij is er van veel belang en men vervaardigt er uitmuntend aardewerk. Behalve graan en wijn wordt er veel hout uitgevoerd, waarvoor de rivieren de Eipel (Ipolv) en de Zagyva geschikte waterwegen aanbieden. De hoofdplaats van het comitaat is het vlek Balassa-Gyarmath.

Neo-Impressionisten is de naam van een groep Fransche en Belgische schilders, die sedert 1886 op tentoonstellingen is te voorschijn getreden. Zij schilderen met korte streken en punten met zuivere, ongemengde kleuren, die zij naast elkander plaatsen, om daardoor teekening en vormen te voorschijn te roepen. Men noemt ze dan ook wel pointillisten of puntschilders. Van nabij gezien maken hun schilderstukken den indruk van een willekeurig mozaïk van kleurige punten, en eerst op eenigen afstand onderscheidt men de afzonderlijke voorwer¬

pen. Van deze groep van schilders noemen wij G. Seurat, Theo van Rijsselberghe, Max Luce, Eenri Edmond Grosz en Paul Signac.

Neo-Kantianisme is de naam van een wijsgeerige richting, die omstreeks 1860 ontstond en tot de gronddenkbeelden der Kantiaansche critiek temgkeerde, zich plaatsende tegenover de speculatieve philosofie en haar metaphysica, zooals die gehuldigd werd door Fichte, Schelling, Hegel en Eerhart. Van de voornaamste Neo-Kantianen noemen wij: Liebmann, Lange, Schultze, Cohen, Natorp, Vorlander, Staudinger, Krause en Stadler. Ook belangrijke natuurkundige onderzoekers behooren tot die richting, zooals Helmholtz en Zöllner.

Neolog-ie, een Grieksch woord, dat nieuwe stelling of nieuwe redeneering beteekent, bezigt men van alle nieuwe denkbeelden en beginselen op wijsgeerig, staatkundig en godgeleerd gebied. Gewoonlijk verbindt men aan dat woord de gedachte van iets verkeerds, iets verderfelijks, zoodat men roekelooze nieuwigheidszoekers bij voorkeur met den naam van neologen bestempelt. De rechtzinnigen der 18de eeuw gaven dien naam aan alle andersdenkenden.

Neoloog'. Zie Neologie.

Neo-Malthusianisme. Zie Nieuw Malthusiaansche hond.

Neon is de naam van een scheikundig element, dat in zeer geringe hoeveelheid (0,0000086 %) in de lucht voorkomt. Het is gasvormig, kleurloos en reukloos, bezit een atoomgewicht van 20 en een soortelijk gewicht van 0,7 en vertoont veel overeenkomst met argon, doch kookt bij nog lager temperatuur. In een Pücklersche buis geeft neon een schitterend oranje licht.

Neophyten of nieuto-geplanten noemde men in ouden tijd personen, die pas in een geheim verbond, bijv. de Mysteriën van Eleusis, waren opgenomen. Ook gaf men aanvankelijk in de Christelijke Kerk dien naam aan pasgedoopten, welke van Paschen(den dooptijd) tot aan den Quasimodo zondag witte kleederen droegen. Later bestempelden ook de kloosterlingen hun nieuwelingen met dezen naam.

Neoplatonisme is de naam van den laatsten vorm, waarin de Grieksche wijsbegeerte zich vertoonde. Men kan deze leer beschouwen als ontstaan te zijn uit een versmelting van Helleensche met Oostersche begrippen. Het Neoplatonisme, dat men met evenveel recht als godsdienst en als wijsgeerig stelsel kan beschouwen, sloot zich in de eerste plaats bij de door Aristoteles aangevulde ideeënleer van Plato aan en verbond daarmede de Oostersche emanatietheorie (zie Emanatie), volgens welke het lagere door uitstrooming uit het hoogere ontstaan is. De Neoplatonische leer beschouwt het goddelijke als het oorspronkelijke; uit deze ontstaat eerst de logos of verstandige wil als drager van de ideeën, uit deze voorzoover hij in daden omgezet wordt, de wereldziel en uit deze treedt de zinnelijke of werkelijke wereld te voorschijn. De zielen der menschen zijn, evenals de wereldziel, uit het goddelijk verstand gesproten, maar behooren, omdat zij door aardsche hartstochten van haar oorspronkelijk goddelijk leven tot een tijdelijk bestaan zijn afgedaald, niet alleen tot het rijk der geesten, maar ook tot het gebied der zinnelijkheid. Door zich van deze los te maken zijn zij echter in staat, om hier tot een geestelijke aan-

Sluiten