Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Corn is not high because a rent is paid but a rent is paid because corn is high.

Het uit de relatieve grondrente voortgekomen premieinkomen heeft geen invloed op de prijsvorming ; de absolute grondrente wel. — Geen prijsgeving van de eerste, wèl van de laatste.

onder voorwaarde van teruggave na verbetering, zoodat dan in die verbetering de afkoop van het recht is gelegen.

Er zijn practische gevolgen aan die onderscheiding te verbinden.

Een spreuk die indertijd veel opgang heeft gemaakt en ook door Pierson wordt aangehaald, luidt: „Corn is not high because a rent is paid but a rent is paid because corn is high". Deze spreuk van Ricardo houdt verband met het volgende: Het boekje van Ricardo is uit het begin der 19° eeuw en gedeeltelijk ontstaan uit afzonderlijke studies naar aanleiding van de toenmalige graanprijzen. Die periode toch was gekenmerkt door de hooge graanprijzen en de agrarische kwestie, en de geliefkoosde stelling van volksmenners was toen dat de grondeigenaren het graan zoo duur maakten. Daartegenover betoogde Ricardo dat dit een misvatting is, dat de pacht door de grondeigenaren gevraagd ontstaat door, maar geen element is van de hooge prijzen. Als een pachter berekenen wil de prijzen die hij voor zijn graan moet vragen vormt de door hem te betalen pacht daarbij geen element.

Nemen wij aan dat het land van A 200 H.L., van B 240 H.L., van C 300 H.L. graan opbrengt, dan zou bij een prijs per H.L. van ƒ 5.— het eerste opbrengen ƒ 1000.—, het tweede ƒ 1200.— en het derde ƒ 1500 en zou voor de landen B en C een pacht moeten worden opgebracht die respectievelijk

ƒ 1200. ƒ 1000.— = ƒ 200.— en ƒ1500. ƒ1000.— =^500.— hooger is.

Als de grondeigenaar van A zijn pachter vrijstelt van pacht, maakt deze op de markt toch dezelfde prijs van ƒ5.— per H.L., dus is die vrijstelling een cadeau zonder invloed op den prijs.

Als nu werkelijk de pacht niets anders is dan een verschil in opbrengst der verschillende gronden dan is Ricardo's bewering juist, dat uit maatschappelijk oogpunt dat prijsgeven van pacht niet van invloed is op de prijsvorming. Zie le deel p. 41 v., p. 62 v. Wie het slechtste land bebouwt, wie onder de ongunstigste voorwaarden werkt, bepaalt de prijs; dat minimum van ƒ 5.— moet betaald worden.

Maar als zijn voorstelling niet juist is, en er tweëerlei pacht is, dan heeft eventueele vrijstelling van de pacht van A, wel beteekenis. A behoeft dan bijv. niet ƒ 1000.— maar ƒ 900.— te maken van zijn grond en kan uitkomen met ƒ 4.50 per H.L. voor zijn graan te vragen, en dan zal van B niet ƒ 200.—, maar ƒ180.—, van C niet ƒ500.—, maar ƒ450.— pacht worden gevraagd.

Wat betreft de relatieve grondrente heeft dit zoogenaamde premie-inkomen dus geen invloed op de prijzen, echter wèl de absolute grondrente.

Dit vindt men ook op een ander gebied bevestigd, n.1. dat van de stedelijke woningpolitiek, die er zelfs door beheerscht wordt.

Als een gemeente zooveel grond in bezit heeft, dat zij invloed op de prijsvorming kan uitoefenen, en dien grond verhuurt, in hoever is dat dan van invloed op de huur? — In verschillende gemeenten huldigt men de politiek om den grond goedkoop beschikbaar te stellen, teneinde aldus te geraken tot den bouw van goedkoope woningen. Hiertegen is wel eens aangevoerd in verband met de stelling van Ricardo — dat zulk een politiek een belooning voor de bouwondernemers zou worden, die misschien in den beginne de huren van op dergelijke perceelen gebouwde huizen laag zouden stellen, doch later de