Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onverschillig noch bewogen zijn, noch ongeloovig noch geloovig, maar wien het door een gebrekkelijkheid of slechte gewoonte van den geest niet gelukt over eenig vraagstuk tot een besluit te komen.

In zijn boek „Twijfel en Geloof' hooren we den Kopenhaagschen predikant Martensen-Larsen3) uitroepen : „Vergeet boven alles niet, dat de twijfel een ziektetoestand is! Het is niet normaal te twijfelen, evenmin als het normaal is, ziek te zijn. Twijfel is koorts, heeft men gezegd. En met recht — in bepaalde gevallen. Maar twijfel kan ook koude zijn, <— ja, doodskoude. Toch, al moge de twijfel dan een onnatuurlijke temperatuursstijging of een sterken temperatuurval op geestelijk gebied beteekenen (de laatste is het gevaarlijkst!), gezondheid beteekent hij niet."

Dr Stegenga4) omschrijft het wezen van den twijfel aldus: „Twijfel is de plotseling optredende of wel geleidelijk opkomende bewustzijnstoestand, waarbij ons »— wij weten dikwijls niét waarom — de dingen des geloofs onwaarschijnlijk en onwezenlijk voorkomen, waarbij een waas de helderheid van het geloof versluiert." Hier wordt natuurlijk gesproken over religieuzen twijfel.

Dit is ons wel duidelijk: Wie twijfelt, verkeert in een toestand van onzekerheid, hij wordt heen-en-weer geworpen tusschen een voortdurend ja en neen, en dit brengt voor hem een pijnlijk onlustgevoel mede, een gewaarwording van onbehagelijkheid, hij kent geen innerlijke rust: zijn zieletoestand is niet in evenwicht.

Echte twijfel is altijd een schokkend verschijnsel in ons zielsbeleven. Hij kan ons ten zeerste aangrijpen en felle

3) Zweifel und Glaube, Leipzig 1916, blz. &

4) P. Stegenga Azn, Twijfel, Serie III, no. 4 van Practisch Christendom, blz. 2 en 3.

Sluiten