Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder leed, ja dat soms zijn beenen hem den dienst weigerden en hij zich neer moest leggen. Maar ook later herhaalde zich wel eens iets dergelijks. Eens was hij op een opwekkingsreis en had hij overal een buitengewonen toeloop; ondertusschen werd hij echter door zware aanvechtingen bezocht. Naderhand schrijft hij daarover aan een vriend aldus: „O geliefde broeder, als ik tien dagen tevoren geschreven had, zou ik het nauwelijks gewaagd hebben mij een Christen te noemen. Een vreeselijke Godverlatenheid, dorheid, onverschilligheid, ongeloof en onmacht kwelde mij en allerlei vreeselijke verzoekingen vlogen door mijn zin. Ik geloofde heimelijk, dat ik aan het oordeel vervallen was. En temidden van dezen ellendigen toestand moest ik dag aan dag daar neerzitten en geestelijke gesprekken voeren met anderen. Ik moest een licht en een vuur zijn om hen in gloed te steken. Denk U mijn toestand in! Maar lof en dank zij de eeuwige barmhartigheid en trouw van Onzen God en Vader, door Wiens Geest ik weder zoo levend werd gemaakt, dat ik nu weer overwinningsliederen durf aanheffen".

't Is moeilijk de twijfelingen te boven te komen. Zelfs de ouderdom heeft zich meestal nog niet vrijgevochten van den belager der zekerheid, den twijfel.

Men heeft wel de stelling geponeerd: Al onze medechristenen sleepen den twijfel met zich om; zelfs de allergeloovigsten worden door hem verontrust.9) Dit is ongetwijfeld te boud gesproken, maar er schuilt toch wel waarheid in de bewering, dat er menschen zijn, die nooit vroom genoeg waren om te kunnen twijfelen.

9) Martensen-Larsen, A. W., blz. 63.

Sluiten