Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

óf ook met zoodanig bijzonder mandaat, uit de gesteldheid der gemeente voortvloeiende, als zij in het belang der gemeente wenschelijk keurt;

öf eindelijk met de zorg, vervat in de gezamenlijke zoo evengenoemde categoriën.

Art. 7.

De Centrale Commissie is bevoegd, om voor de belangen van eene of meer der gemeenten die tot de Vereeniging zijn toegetreden, uit haren naam bij de Regering en den Staat op te treden.

Art. 8.

Jaarlijks in April, wordt eene Algemeene Vergadering van afgevaardigden der gemeenten gehouden, door de Centrale Commissie te Utrecht te zamen te roepen. Art. 9.

De afgevaardigden worden door het Collegie van Kerkvoogden en Notabelen, of, waar dit niet bestaat, door het Collegie van beheer voor de kerkelijke goederen, benoemd.

Het getal stemmen, door de afgevaardigden van iedere gemeente uit te brengen, staat gelijk met het getal predikantsplaatsen in haar midden.

In de Vergadering, bij art. 8 genoemd, hebben beslissende stem, zoowel al de leden der Centrale Commissie, als de afgevaardigden.

Art. 10.

De Centrale Commissie doet op deze Vergadering verslag van hare werkzaamheden in het afgeloopen jaar. Daarin wordt verder:

beraadslaagd over de voorstellen en vragen, betreffende

Sluiten