Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN DIEGENEN ONDER HET NEDERLANDSCHE VOLK, DIE BELANGSTELDEN IN DE BEVOLKING VAN EEN MERKWAARDIG DEEL ONZER OOST-INDISCHE BEZITTINGEN.

Tot u komt het Nederlandsche zendelinggenootschap met eene gewigtige en dringende vraag en met het zeer ernstig verzoek, haar wel te willen overwegen. Het is de vraag: hoe moet het gaan met de scholen in de Minahasa? Het is eene vraag, waarmede Bestuurders van het Genootschap zich sints lange jaren bezig hielden, en die zij nu ten slotte aan u doen, omdat ons Nederlandsch volk alleen beslissen kan, of het antwoord zal zijn: het bestaande kan behouden blijven en verbeterd worden, bf: wat bestaat moet tot kwijning vervallen en eindelijk verloren gaan. Het geldt hier het onderwijs van de inlandsche bevolking in de Minahasa, en dus eene zaak, wier gewigt wel door weinigen zal worden miskend in een' tijd, waarin de belangstelling in Indië algemeen is ontwaakt en de noodzakelijkheid van onderwijs met name overal erkend wordt.

Het Nederlandsche zendelinggenootschap heeft het regt, met die vraag te komen tot een' kring, veel ruimer dan die van zijn leden en begunstigers. Sedert de oprigting van het Genootschap in 1797 , - lang vóór dat het Gouvernement zich de belangen der inlandsche bevolking had aangetrokken of het groote publiek zich daarover bekommerde, - bestond bij Bestuurders van het Genoot-

Sluiten