Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekomen, waarop het Nederlandsche zendelinggenootschap de hand aan het werk kan en moet slaan. Nu komt het met allen ernst tot het geweten van het Nederlandsche volk, met de vraag: hoe wilt gij, dat het gaan zal met de scholen in de Minahasa? Wilt gij ook, als uwe Regering, eenvoudig zwijgen en weigeren en op de schouders van een Genootschap de gansche zwaarte laten van eene taak, die de uwe is, die het Genootschap vervullen wil, maar bij ontoereikende krachten nog niet ten halve vervallen kan?

Het vraagstuk omtrent de scholen is, helaas! nog niet afgehandeld met de tractementen der onderwijzers. Daar is nog een tweede punt van hoog belang. De onderwijzers moeten worden opgeleid. Daartoe bestaat sints 16 jaren eene kweekschool te Tanawangko onder leiding van den zendeling graafland.

Graafland staat in Indië als onderwijzer gunstig bekend. Van zijne methode wordt met grooten lof gesproken. Ook uit ons tijdschrift „ Mededeelingen" is hij te kennen als degelijk paedagoog. Maar zijne kweekschool lijdt mede zeer onder 't gebrek aan behoorlijke middelen. Zij kan niet genoeg onderwijzers leveren, en de opleiding van hen, die zij nog levert, moet gebrekkig zijn. Zal zij aan haar doel beantwoorden, dan moeten er 40 kweekelingen kunnen worden opgenomen, waarvan jaarlijks 10 beschikbaar moeten zijn. Daartoe moet het oude woonhuis vergroot of een nieuw gebouwd worden. Er moet een schoollokaal zijn. Graafland gaf tot nog toe onderwijs in de voorgalerij van zijn huis! Het hulppersoneel moet worden uitgebreid, o.a. door de aanstelling van een' nederlandsehen hulponderwijzer. Deze eischen zijn zoo gematigd mogelijk. Op de begrooting voor Nederlandsch-indië voor 1871 is bijv. de gouver-

Sluiten