Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben, omdat vooreerst de inrigting zoo eenvoudig mogelijk is, en ten andere, het onderwijzend personeel uit liefde voor de zaak zich met geringe bezoldiging vergenoegt. Graafland doet het werk van directeur en eersten en tweeden onderwijzer voor het zelfde tractement, dat te Soerakarta de onderwijzer in het handteekenen ontvangt! Voor de scholen moet ƒ 15000 besteed kunnen worden. Blijven de inkomsten van het Genootschap op de tegenwoordige hoogte, dan kan het van die / 22000, als tot nog toe, f 10000 voor zijne rekening nemen. Van onze gewone leden en begunstigers, die betrekkelijk weinig in getal zijn, kan niet worden verwacht, dat zij alleen in 't ontbrekende voorzien. Zal de ernstige vraag, om ƒ 8000 voor eens en ƒ12000 jaarlijks, te vergeefs aan het nederlandsche volk worden gedaan? Zal deze laatste poging, om het onderwijs in de Minahasa te behouden en te verbeteren, zonder vrucht blijven ? Zal dit eenvoudig beroep op het geweten der natie geen gehoor vinden?

't Is geen gunst, die wij vragen, 't is een regt, waarvoor wij pleiten, een regt, der bevolking gewaarborgd door het regeringsreglement, der bevolking onthouden door het regeringsbeleid. De Minahasa heeft regt op onderwijs en waar zij van de ƒ 500000, die zij jaarlijks opbrengt, niets voor hare geestelijke behoeften mag besteden, daar rust op ons volk de verpligting er in te voorzien. Of zal men zeggen: die verpligting rust niet op particulieren, maar op de Regering? Maar de Regering doet het niet en zal het ook niet doen, tenzij de openbare meening zich zeer krachtig uitspreke, en haar dringe, - en vergunne, - het noodige te doen voor het inlandsch onderwijs. Bovendien, wat van de Regering uitgaat, volgt uit den aard der zaak een' langen en omslagtigen weg; de onzekerheid in de koloniale

Sluiten