Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoeken; niet om het Godsbestuur te rechtvaardigen: dat behoeft waarlijk niet! en ook, wie zijn wij, wij nietige en onwaardige stervelingen, dat we onzen Schepper als voor onze rechtbank tot verantwoording zouden durven roepen? Maar we mogen bij die vraag toch wel stilstaan, tot bevestiging en versterking van ons eigen geloof.

En zou tot dat oogmerk dan niet reeds terstond de opmerking kunnen dienen, dat die loop der dingen, waardoor met de schuldigen ook onschuldigen lijden, bijna altijd natuurlijk is en geheel in den aard der zaak? Het is bijna altijd onvermij; delijk, tenzij dan dat de Allerhoogste gedurig met een wonder tusschen beide komt; en nu is zonder twijfel bij God geen ding onmogelijk: Hij kan in het land van Gosen zegen geven, terwijl gansch Egypte wordt geplaagd; maar kan zulk eene uitzondering steeds verwacht worden, en mag ze ook wel ooit door den mensch als het ware geëischt worden? Doet God onrecht, als Hij niet om onzentwil zulke wonderen doet? — En wat nog veel meer zegt, is die onschuld van de schijnbaar onschuldigen ook wel altijd wezenlijk? Als we met die vraag tot den tekst nog eens- wederkeeren, kan er dan ten volle bevestigend op geantwoord worden? Het strekt zeker David tot eer, dat hij aan het volk niet de minste schuld gaf; maar was Israël toch niet eigenlijk medeplichtig aan des konings hoogmoed en eerzucht? Had het volk hem niet gevleid en gestreeld, ja zelfs bovenmate verheven, reeds van zijn eerste optreden af, toen hij nog maar veldheer was van den koning Saul ? O! van Israël kon reeds gelden: de volkeren boeten wel voor de dwaasheden van de vorsten, maar ze hebben zeiven ook deel aan die schuld. Zoo was het reeds toen; en zoo is het altijd. Als b. v. een volk geen belang stelt in de zaken des lands en die slechts aan weinigen overlaat, of als zij die er toe geroepen zijn die belangen lichtzinnig behandelen; als het gansche volk dwalingen toejuicht en mede verspreidt, of als het in het algemeen recht en waarheid niet meer boven alles stelt; als een geest van aardschgezindheid en zelfzucht en ijdelheid en hoogmoed alle standen doortrekt, en als daardoor de volksaard bedorven wordt; als er van dat alles het een of ander een tijd lang duurt, en het komt dan eindelijk tot eene uitbarsting of er vloeien rampen uit voort, kan dan zulk een volk wel van schuld worden vrijgepleit, ook al komt het leed meer rechtstreeks door een ander? Zou b. v. een oorlog uit eerzucht en heerschzucht nog wel mogelijk zijn, althans hier in Europa, als de volkeren in het algemeen van het Christendom nog iets meer hadden dan den naam: als de doorgaande geest inderdaad ootmoedig was en zachtmoedig, vol

Sluiten