Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des geloofs en der liefde, en tot zelfverloochening geneigd: als de Christelijke zuurdeesera nog iets meer dan de oppervlakte van het meel had doordrongen? — En ook verder in het algemeen, kan men zich wel altijd vrijpleiten van het kwaad dat anderen doen, als men maar niet rechtstreeks de schuld is? O! zeer zeker, we zien het niet, althans in den regel, wat er al zoo voortvloeit uit één enkel woord of ééne enkele daad; maar indien we het eens zagen, indien we eens wisten wat door ons bij anderen wordt uitgewerkt (ook door u, gij die misschien meent dat ge daarvoor te klein zijt of te gering!) indien eens aan ieder getoond werd, wat zijn voorbeeld en zijn invloed -tot op verren afstand kan te weeg brengen, we zouden dikwijls sidderen bij het zien der onheilen die we daardoor zeiven mede hadden gesticht! Daar is met betrekking tot het kwade dat er gedaan wordt eene zekere gemeenschappelijke aansprakelijkheid, eene solidariteit van zonde en schuld, ook al was het alleen maar, omdat men niet altijd gedaan heeft wat men kon om het te verhinderen. — En nu blijft er, behalve dat, zeker nog wel veel* dat onschuldig geleden wordt. Maar zou dat dan recht geven om te klagen, en om God van onrechtvaardigheid te verdenken? Is Hij dan aan iemand iets. verschuldigd? Is niet' alles wat we hebben en gemeten slechts toevertrouwd goed, en ook duizendvoudig verbeurd? En doet God dan onrecht, als Hij afneemt wat het zijne is en wat enkel uit genade verleend bleef? Is er met het oog op die waarheid nog wel ooit stof tot klagen? Is er niet veeleer ruime stof, ook zelfs, bij de zwaarste beproeving, om met diepen eerbied Gode te zwijgen, en om den rijkdom zijner goedertierenheid en verdraagzaamheid en langmoedigheid te aanbidden?

Ja! aanbidden we Gods beschikking, ook al is zijn weg in het heiligdom, ook al zendt Hij leed en bezoeking aan dezulken die het zeiven niet hebben verdiend; en laat dan het geloof ook reeds nu kunnen loven en danken, omdat Gods bestuur het zoo leiden zal, dat zelfs uit het kwade het goede voortkomt. O! zeer zeker, het kwade blijft altijd kwaad, en de Heer onze God is heilig: wie de zónde doet, maakt zich schuldig, en wie dan onleerzaam is en onbekeerlijk, maakt zich rijp voor het eeuwig verderf. Maar daar is geen verderf meèr, en ook zelfs geene schade, voor degenen die God waarbjk hefhebben: alle dingen (zoo wordt zonder eenige uitzondering of beperking gezegd) alle • dingen moeten bij dezulken eindelijk medewerken ten goede. — Ziet, daar is er Één geweest, van wien ook gezegd wordt, dat bij als een schaap ter slachting is geleid, en van wien in vollen zin kon getuigd worden, dat hij niets onbehoor-

Sluiten