Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OMGMG MET TOLLENAARS ^ M ZONDAARS.

I^LÉERREDE naar Lnk. 15 : 2,

DOOR

F. L. RTTTGERS,

Theol. Doctor en Predikant der Ned. Herv. gemeente te Brtjmmes.

Ps. 108: 2; Gez. 86: i; Ps. 72: 6, 7; Gez. 49: 1.

Het is reeds opmerkelijk, M. H.! dat, zoo als de Heer Jezus ergens van zich zeiven zegt en zoo als ook in zijn leven gezien wordt, niet slechts nit den mond des volks, maar ook uit den mond der kinderkas lof en eer hem is toebereid. Maar, wat nog oneindig veel meer zegt, onwillekeurig en onbewust hebben ook zelfs zijne vijanden daartoe bijgedragen: niet slechts uit den mond der kinderkens, maar ook uit den mond zijner vijanden is hem lof en eer bereid. Het waren de dienaars die hem moesten vangen, van wie de verzekering afkomstig is: nooit heeft eenig mensch gesproken als deze. Het waren de schriftgeleerden , die uitriepen: hoe Weet deze de Schriften, daar hij ze niet geleerd heeft. Het waren de overpriesters, die verklaarden, dat hij met den grootsten ijver geleerd had door geheel Judea en Galilea. Het was de Joodsche raad, die betuigde, dat hij waarlijk Lazarus uit de dooden had opgewekt. Het was sijn verrader, die erkende, dat hij waarlijk in alles onschuldig was. En datzelfde verschijnsel, het kan gedurig in de évangeliën worden opgemerkt: daar wordt in die geschiedenis veel belangrijks «ver Jezus gezegd, daar is menig treffend woord, menig eervol getuigenis, menige veelbeteekenende uitspraak, die we juist aan zijne tegenstanders te danken hebben: zelfs de ergste lastertaal zouden we om die reden daar niet gaarne uit missen; Want juist daardoor is er soms iets gesproken, dat naar onze opvatting tót de heerlijkste uitspraken van het gansche evangelie behoort.

vni, 4.

Sluiten