Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. Hem, die zonüaars ontvangt: aie ze opweKt en roept, die hun alle sonde vergeeft, en die van de zonde ze vrijmaakt, hem zij dan voor dat alles de lof en de eer! Dat opzoeken van hetgeen verleren was, dat afdalen tot de kleinen en geringen, dat omgaan met zondaars, dat besteden van moeite en tijd ten behoeve van anderen verre beneden hem, het mocht ternederend zijn in het oog der Joodsche oversten; gelijk ook nu nog het navolgen van den Heer in die dingen soms vernederend schijnt in het oog derzulken in wier hart de liefde van Christus niet woont; het mocht voor de farizeën en schriftgeleerden een grond zijn tot minachting voor zijn persoon, eene minachting die ook doorstraalt in de uitdrukking: deze; het mocht door hen gezegd worden als eene aanmerking en afkeuring; — voor ons is datzelfde woord juist de meest verhevene lofspraak, het meest eervol getuigenis, de hoogste verheerlijking van den Heer. Ja, daar is geen woord, dat meer stemt tot zijn lof, dan juist deze uitspraak: hij ontvangt de zondaars, en eet met hen. O! zonder twijfel, als daar van hem wordt getuigd: deze doet teekenen en wonderen, deze gebiedt den wind en de golven dat ze stil zijn, deze roept de dooden in het leven terug, dan stemt ons ook -dat tot bewondering en tot eerbied. Als daar van hem wordt getuigd: deze is verrezen üit het graf en gezeten ter rechterhand der hoogste majesteit, deze f heeft alle macht in hemel en op aarde, deze komt eenmaal weI der als de rechter van levenden en dooden, dan wekt ons ook dat tot zijn lof en prijs. Als daar van hem wordt getuigd: deze is de Zone Gods, het Woord dat in den beginne was, bij God en zelf God, in natuur en in waardigheid aan den Vader gelijk, dan buigen we ons daarom voor hem neer met de hulde der diepste aanbidding. Maar hoe klimt nog die bewondering, hoe wordt al wat in ons is met zijn lof vervuld, hoe wordt die aanbidding vermengd met eene diep gevoelde dankzegging, als we inderdaad verstaan wat het zegt: deze ontvangt de zondaars, en eet met hen; en als we de waarheid van die uitspraak ook zeiven ondervonden hebben! Hij, de Zone Gods en de Heer der heerlijkheid, hij, de Rechter die ons eenmaal oordeelt, hij heeft ook de Vriend van zondaars willen zijn, en dat blijft hij ook nu nog! Ja voorwaar! gij allen, die vrienden zijt geworden van dien Zondaarsvriend, uw mond en uw hart moet wel telkens herhalen: Hem, die ons heeft liefgehad, en die ons van onze zonden gewasschen heeft in zijn bloed, en die ons van zondaars gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en zijnen Vader, hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid! Amen.

[te j

eeuwigheid! Amen.

Sluiten