Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uwe aandacht vindt in den1 brief van den apostel Paulus aan de Hebreen, het 13e Hoofdstuk, (vs. 20 en 21.)

■»De God mi des vredes, die den grooten Herder der schapen door het bloed des eeuwigen testaments uit de dooden heeft wedergebracht, namelijk, onzen Heere Jezus Christus.

»Die volmake u in alle goed werk, opdat gij zijnen wü moogt doen, werkende in u, lietgeen voor Hem welbehagélijk zij door Jezus Christus, welken zij de heer* lijkheid tn der eeuwigheid^1 Amen.

Voor zooverre wij de gedachten van den schrijver van dezen brief aan de Christenen uit de Hebreen kunnen nagaan, dan stellen wij voor vast en zeker, dat hij, onder de onfeilbare leiding van den Heiligen Geest, hen in het uur der bepoeving, als zij in geloof en kennis een grooten stap voorwaarts moesten doen, met waarlijk apostolische kracht en wijsheid heeft getroost en vermaand. Van alle brieven der kanonische verzameling gaat deze het diepst de diepte in; hij biedt werkelijk krachtige en vaste spijs aan de volwassenen in Christus, en zonder levendige toeëigening van deze waarheden, is er geen wasdom der kerk tot volmaaktheid." Jezus Christus de Zoon van God, God boven allen te prijzen in der eeuwigheid, zegt tot de scharen: »weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw vader die in den hemelen is, volmaakt is." Paulus betuigt: »Niet dat ik alreeds volmaakt ben, maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Jezus Christus gegrepen ben." »Hij jaagde naar het wit, tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus, vergetende wat achter hem was en zich strekkende tot hetgeen voor hem was.u Hij laat er onmiddellijk op volgen : »Zoovelen dan als wij volmaakt zijn, laat ons dit gevoelen: en indien gij iets anderzins gevoelt, ook dat zal God u openbaren."

Sluiten