Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de schepping had God alles volmaakt goed geschapen, ook den mensch. >flij schiep hem goed en naar Zijn evenbeeld, dat is, in ware gerechtigheid en heilig* heid ; opdat hij God, zijnen schepper, recht kennen, Hem van harte liefhebben, en met Hem in de eeuwige zaligheid leven zoude, om Hem te loven en te prijzen, dus, om Hem te volmaken" dat is, om hem grcotere volmaaktheid deelachtig te maken, dan hij oorspronkelijk had, wanneer hij met Hem in de eeuwige zaligheid zoude leven, om Hem te loven en te prijzen.

De mensch heeft zichzelven en al zijne nakomelingen door het ingeven des duivels en door moedwillige ongehoorzaamheid van die gaven beroofd. Toen de mensch in eere was, zoo heeft hij het niet verstaan, noch zijne uitnemendheid erkend; maar heeft zichzelven willens der zonde onderworpen, en over zulks den dood en der vervloeking, het oor biedende aan het woord des duivels, zie art. 14 & 15 van onze geloofsbelijdenis in verband met de 3e & 4e zondagsafdeeling van onzen Heidelberger Catechismus.

Wat de mensch door de zonde verloren heeft, geeft God in de herschepping van den mensch, hem weder, d. w. z., de mensch, herschapen, ziet in zich Gods beeld hersteld, zoodat hij God zijnen Schepper en nu ook zijnen Herschepper recht leert kennen, Hem van harte lief krijgt en met Hem in de eeuwige zaligheid leven zal, om Hem te loven en te prijzen. Hij wordt aan het beeld van Gods Zoon gelijkvormig. Hij is geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God heeft voorbereid, opdat hij in dezelve zoude wandelen.

W anneer wij onze tekstwoorden inzien en beschouwen in verband met den inhoud van het 12e hoofdstuk en van ons teksthoofdstuk, dan gevoelen wij ons gedrongen om vasttestellen, dat de Apostel niets anders op het oog

Sluiten