Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

winning der orthodox zich noemenden in het groot en machtig Amsterdam.

Is het wonder, dat men bij zulk een nooit gedacht geluk, zich zeiven niet meester bleef en te hooger het triomflied aanhief, naarmate het krenkende der geledene verdrukking te sterker uitkwam, en het grievende van het met dwang gehandhaafd onrecht te duidelijker bleek? Is het wonder, dat bij zulk een plotselingen ommekeer de vroegere bedeesdheid en schuchtere aarzeling voor overprikkeld krachtsgevoel en bedenkelijken overmoed week. Men vergete toch niet, het gold hier een recht, dat met het recht van gewetensvrijheid wel niet vereenzelvigd mag worden, maar toch een der onmisbare attributen is van vrijheid des geloofs. De schok door Art. 23 gegeven, trilde niet slechts door de gelederen der denkenden en voor zich uit zienden, maar sterker nog door die massale volksrangen, wier gemoedsbewegingen te heftiger plegen te zijn, naarmate ze minder door diepte van gedachte worden geleid. En bovendien men was op dien schok niet voorbereid. Er was geen overgang van zedelijk zelfbewustzijn, om met den overgang van toestand gelijken tred te houden. Zoo plotselinge overgang van gesmaadheid tot heerschappij, van het kruis tot den troon, was voor ieder verrassend, en een krachtig weer opspringen der zoo lang neergedrukte en met geweld ten onder gehoudene veer van het kerk el ijk geloofsleven, moest dus wel het gevolg zijn van zoo nooit gedachten, zoo onverwachten keer.

Maar hoe natuurlijk ook, tóch heeft dat zegevierend, hoog gevoel van kracht zijn bedenkelijke zijde voor het zedelijk karakter van den geloofsstrijd. Men zag het in Pruissen na Sadowa, en na den triomf der rechtzinnige kerkpartij bij ons. Want onzedelijk was het, dat de groote nationale partij Bismarck dwarsboomde tot op het slagveld: eerst door zijn tegenstribbelen Pruissen's boadgenooten van zich vervreemdde, de toerustingen voor den krijg belemmerde, en met een partij-

Sluiten