Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delijk gezag, de souvereiniteit van den Christus wordt dus door art. 23 wel degelijk tegen de souvereiniteit van het onheilige menschèljgk leven uitgesaild. Het hoogere leven, dat de kerk wekken en van G-odswege der mensohheid brengen moet, wordt onder de curateele van het lagere leven gesteld, dat uit zijn aard vijandig tegen dat waarachtig leven gekant is. En een kerk, door zulk een band saamgehouden, komt dus in gevaar van óf zich zelf op te lossen, óf wat erger nog is, over te slaan in haar tegendeel, en verklaard antichristelijk te worden, door het leven van Christus te bannen, waar het intusschen als kerk nog naar zijn naam zich noemt.

De zonde is het dus, die zulk een stelsel van verkiezing voor een christelijke kerk onmogelijk maakt. Wie op christelijk terrein zulk een stelsel aanvaardt, geeft daarmee het geloof prijs aam een openbaring, die niet uit, maar tot den mensch komt: prijs de erkenning dat de zonde het leven zelf aantast, en dat dus alleen een nieuw, een hooger, een heilig leven, de in beginsel gedoode levenskracht van den zondaar herstellen kan. Het is de volstrekte loochening van den eisch der wedergeboorte, de uitwissching van elke grenslijn tusschen het gewijd en profaan gebied: i. é. w. de bewuste overgang van het openbarings» en opstandingsbeginsel der Schrift tot die andere, anti-christelijke zienswijze , die alleen van ontwikkeling en ontplooiing heil verwacht. Dan is, wat wij zonde noemen, eenvoudig een minder goed, een nog niet goed, waaruit het meer goedei zich van zelf ontwikkelt. Alleen op zulk een standpunt dus, waarop men met het zonde-begrip der Schrift volkomen gebroken heeft, ZOüi Op kerkelijk gebied zulk een theorie verdedigbaar zijn. Maar dan ook omgekeerd, waar men met al de energie van het zedelijk gevoel tegen de verwatering van het zondebegrip opkomt, moet het huldigen van zulk een verkiezingsstelsel dus als een onvergeeflijk meten met twee maten zeer strengelijk worden afgekeurd. En daarom, hoe groot ook de

Sluiten