Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Even weinig strookend met het gemeente-karakter der kerk, zijn die enkele excepties, die men op de algemeenheid van het stemrecht heeft gemaakt. Men moet mondig staatsburger zijn, om stem te hebben in de gemeente des Heeren! Men verliest zijn stemrecht zoo een verdict van curateele door den staat tegen ons wordt uitgesproken! Maar immers de gemeente doet afstand van haar eigen karakter, wanneer ze dus onder den staat zich buigt, de staatsbeginselen gedwee en slaafs en zonder eigen oordeel toepast op haar eigen leven, en naar geen hooger eeretitel streeft dan als pasklaar onderdeel in het staatsorganisme te worden ingevoegd. Dan nog zullen de bedeelden van de stembus worden geweerd! en zeker wie zou gedoogen kunnen, dat zn zeiven keurstem hadden waar het de benoeming der diakenen geldt? Maar omdat ze voor die keuze onbevoegd zijn te achten, moeten ze daarom als geestelgk dooden worden beschouwd, met idioten of verkwisters , met heidenen en tollenaars op eenzelfde lgn worden gesteld, en beroofd van eiken invloed ook op de keuze der ouderlingen en het beroep van predikanten? Schuilt ook daarin niet weer dat meedoogenloos beginsel der staatkundige theorie, dat de mindere man als paria der maatschappij teruggezet, en wijl hij geen geld bezit, van allen invloed moet verstoken blijven? Immers juist omgekeerd betaamt het de gemeente van Christus. Niet den staat na te volgen, is haar roeping, maar juist krachtens het evangelie voor de menschenwaarde van den arme op te komen is haar plicht. En is het haar dan dusver nog niet gelukt den staat in dit opzicht tot de beginselen des Evangelies te bekeeren, althans op eigen terrein, in eigen boezem worde door Jezus gemeente de waarheid nooit verloochend: dat de maatstaf van menschenwaarde niet in het geld ligt, maar in den geest.

Maar boyendien. Artikel 23 gelijk het dusver heeft gewerkt, riep een toestand van onrecht in het leven. De triomf der rechtzinnige partij is bijna allerwege de

Sluiten