Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen overslaan. Maar.... zoo gewichtige hulp eischt dan natuurlijk ook erkenning van invloed, en na gemeenschappelijke zegepraal deel in den buit. Er is dus gevaar dat de gemeente des Heeren, haar geestelijk oordeel verzakende, zeer ongeestelijk, óm maar te overwinnen, óm maar op het kussen te blijven, haar roeping vergeten zal, „om juist allereerst zich voor het zuurdeesem der Earizeën te wachten," en door niet tegen dien onheiligen geest te waken en te strijden, door dien geest zal worden doorzuurd.

In de tweede plaats. Is zoo herovering van het gezag het eenig doel, waarnaar men streeft, zonder keur der wapenen of toetsing der beginselen, dan zal men de moedige strijders van gisteren zeer spoedig in dommelen zien, zoodra ze op het kussen maar eenmaal gezeten zijn. Eeeds heeft men wonderlijke ontmoetingen. Reeds treft men mannen aan, die een tweetal jaren terug, steeds moedig op de bres stonden: nimmer moede werden het veldgeschrei tegen den vijand aan te heffen, en niet maar meê deden, maar de avantgarde vormden der meest geavanceerde tirailleurs. En nu.... na Art. 23, nu zij maar in eere zijn gekomen, nu zij maar regeeren kunnen, nu zich voor hen de deur van het gezag maar ontsloten heeft,.... nu is het of een plotseling koelbad al hun gloed en bezieling heeft gebluscht. Als ware er geen gevaar meer, keuvelen ze nu zoo kalm en gelaten over dien bloedigen strijd der geesten, alsof het phlegmatisme hun met het merg van hun gebeente was aangeboren. Nu zij het maar zoover hebben gebracht, kan men immers eens rustig afwachten, wat er verder komen zal. Als of de strijd alleen om een plaats in het kerkbestuur ging, en niet een strijd der diepste beginselen ware, zoeken die geïmproviseerde kal men zelfs anderen te calmeeren, die nog strijden willen. Soms zelfs ziet men ze zich met den vijand verbinden, om waar het niet goedschiks gaat, met geweld die onrustige vrijscharen te ontwapenen, die ze vroeger zeiven hebben

Sluiten