Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gesplitst naar bovenstaanden maatstaf verkrijgen we: Kategorie A. 1,243,000 zielen 960 stemmen. Kategorie B. 716,000 „ 2240 „ Gansche kerk. 1,959,000 ., 3200 „

Door deze alle beschrijving te bovengaande onrechtvaardige verdeeling van den invloed, die door de gemeenten op de classicale vergaderingen wordt uitgeoefend, volgt dus dit: Daar juist de grootere gemeenten daar den geringsten invloed uitoefenen, en de hoop der rechtzinnigen vooral op die groote gemeenten gevestigd is, volgt dat men in de gemeenten niet slechts een volstrekte, maar minstens een vierdubbele meerderheid zal moeten hebben, om meerderheid te kunnen zijn ook op de classicale vergaderingen.

Hier komt nog dit big. Geen classicale vergadering, waar de predikanten niet sterker vertegenwoordigd zijn dan de ouderlingen. In zeer velen wordt nauwlijks een enkele ouderling gezien. Dit moge allengs beteren, maar de talrijker aanwezigheid der predikanten zal toch regel blijven. Hieruit vloeit een dubbel argument voort. 1°. Dat daardoor de gelijkmatigheid van den invloed nog meer verbroken wordt, 2°. dat hierdoor de doorwerking van Art. 23 op de classicale vergaderingen zeer beduidend wordt belemmerd.

Men bedenke toch wel. Door Art. 23 kan in vier jaren tijds de kerkeraad veranderd, en de afvaardiging van onverschillige ouderlingen door die van geloovige vervangen worden. Maar met de p r e d i k a n t e n is dit niet alzoo. Bij hen kan Art. 23 eerst doorwerken bij vertrek, emeritaat of overlijden. Gaat men nu af op betrouwbare opgaven, dan kan men het getal van geloovige predikanten hoogstens op 500 stellen. Er zijn er intusschen 1590, zeg 1600. Op dit oogenblik zijn dus vast 1100 stemmen ter classicale vergadering ons ongunstig, die eerst zeer langzaam, gaandeweg kunnen gewijzigd worden. Weet men nu , dat juist het predikanten-element het sterkst op de classikale vergaderingen vertegenwoordigd is, en er bovendien den

Sluiten