Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

methode moge bijbelsch heeten, christelijk is ze voorzeker niet. Want Christus zeil heeft bij Zijn onderwijs een anderen weg gevolgd. Zeer zeker haalde Hij ook wel eens geschiedenissen op uit het verleden en beriep Hij zich op wat „er geschreven stond". Maar Hij deed dit alleen tegenover menschen, die aan dat verleden vastzaten. In Zijn eigenlijk godsdienstonderwijs volgde Hij de directe methode en plaatste Zijn leerlingen tegenover de leliën des velds en de vogelen des hemels, en tegenover al de verschijnselen, die het volle menschen-

leven hun gaf op te merken. Er is in dit opzicht voor degenen, die zich Zijn discipelen noemen, nog veel van Hem te leeren!

Er is een dichter, die bij het aanschouwen van de wijze, waarop in zijn dagen de kinderen in den godsdienst werden onderwezen, de verzuchting liet hooren:

„Hoe 'k wou, dat Hij hun tegenkwam, Die kinderen in Zijn armen nam en vast wel anders leerde."

En deze verzuchting is nog altijd op haar

wordt aan de Land- en Volkenkunde van het oude Oosten. De kinderen moeten nauwkeurig weten, hoe een oudoostersche handmolen werkte; — met platen en prentjes wordt hun aanschouwelijk gemaakt, hoe de o 1 ij v e n werden uitgeperst, en hoe de troepen van David of van Nebucadnezar bewapend waren, terwijl ze vaak geen flauw begrip hebben, hoe in hun eigen tijd en in hun eigen land een z e e m ij n tot ontploffing wordt gebracht, hoe de Delftsche sla-olie wordt vervaardigd, of hoe een moderne dorschmolen in elkaar zit.

„Ja, maar," zal men zeggen, — „de kennis van al die dingen is nodig tot het recht verstaan van den Bijbel, en

de Bijbelsche verhalen! ■ *

En we geven dat voetstoots toe.

Maar men moet wél weten, dat men zoodoende hoofdzakelijk zijn tijd en krachten wijdt aan het onderwijs in de Archeologie en niet aan het onderwijs in den Godsdienst, ja, bij de kinderen zelfs den indruk wekt, dat het bij den Godsdienst eigenlijk hoofdzakelijk gaat om de kennis van oud-oostersche zeden en gebruiken. Gelijk een tot nu toe ietwat „wereldsche" dame ons eens zei: „Het is wel ongelukkig, dat je, als je wat godsdienst in je leven wilt brengen, eerst zoo'n langen omweg moet maken langs de „berderen" en „het getweernde linnen!" (Ze zinspeelde w.s. op teksten als Ex. 26 : 15 en 36).

9 m *

Sluiten