Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worsteling, hun liederen en gebeden, hun overleveringen en legenden, hun wetten en hun eeredienst. Daar lag heel het oude wereldleven vóór hen: een tooneel van groote zonde en onwetendheid, van veel dwaling en misverstand, maar heel dit tooneel werd voor hen overschenen door het Licht en doortrild van de Kracht Gods, die zich te midden van de menschelijke zwakheid openbaarde en sprak: „Ziet, hier ben IK1"

Dat was de reden, waarom zij den bijbel zoo liefhadden. Ze hebben nooit gestreden om een uitwendige letter; ze hebben altijd gezocht naar de inwendige Kracht der Godzaligheid, die voor hen den bijbel tot bijbel maakte. Zij geloofden — neen, dat hoefden ze niet te gelooven — ze wisten en ervoeren, dat die geschriften van Gods Geest doorademd en ingegeven waren, maar het kwam niet in hen op, om te beweren, dat ze daarom ook door de wetenschap maar zonder eenig tegenspreken of verder onderzoek moesten aanvaard worden als onfeilbare getuigenissen op het gebied van de feiten der aardrijkskunde, der historie, der natuurkunde, of der

delfstofkunde. De oude roomsche kerkleer zegt, ■ ■

dat „de bezieling des Geestes slechts betrekking heeft op datgene, wat strekt tot zaligheid der zielen" en de oude Gereformeerde belijdenis drukt eigenlijk precies hetzelfde uit door te zeggen, dat God ons in den bijbel niet de feiten van de historie, der natuurkunde, of der aardkunde, maar dat Hij „daarin zichzelven te kennen geeft, te weten zooveel als ons noodig is om te leven tot Zijn eer en tot onze zaligheid".

Maar nauwelijks had het protestantisme het vuur zijner eerste bezieling en den glans zijner eerste vroomheid verloren, of er werd van deze waarheid van de z.g. „ingeving" der Schrift heel iets anders gemaakt. Men had behoefte aan een tegen-paus en meende (maar het is wel gebleken te vergeefs!) dien gevonden te hebben in den bijbel. Van toen af ging men den bijbel niet meer beschouwen als Gods Woord (enkelvoud), maar feitelijk als Gods Woorden (meervoud). Het ging niet meer om den zin en het leven van het geheel, maar om de letter en de dee1 e n. En de bijbel was voortaan niet meer in de eerste plaats het boek, waaruit we G o d en den

weg des heils moesten leeren kennen, « ■

Sluiten