Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We kunnen dit inspiratieve of intuïtieve kennis noemen — kennis, welke den mensch op wonderbare wijze toevloeit, die als een verborgen bron uit de diepte van zijn gemoed oprijst. Zoodanige kennis is niet alleen het deel geweest van de bijbelschrijvers, maar ze is in meerdere of mindere mate het deel van alle waarachtige-godsdienstige menschen — zij kunnen allen zeggen: „Des nachts onderwijzen mij mijne nieren", En treffend zijn soms de openbaringen en inzichten, welke op deze wijze verkregen worden. Maar, Mevrouw, daarmede is niet gezegd, dat deze kennis volmaakt zou zijn en verder geen aanvulling van het denkend en onderzoekend verstand noodig zou hebben. Het is eenigermate te vergelijken met het spreken van een kind: het is immer verrassend in zijn zuivere oorspronkelijkheid, beschamend in zijn reinheid; maar daarmee is niet gezegd, dat de woorden van zoo'n kind zóó afdoende zijn, dat alle verder onderzoek van de zaak, waarom het gaat, overbodig zou wezen en zijn kinderlijke formuleeringen zonder de minste

aanvulling of correctie door ons aanvaard zou ■ *

moeten worden. Zoo gaat het ook met de intuïtieve beschrijving in den bijbel.

Zoo zullen bijv. onze beide geleerden, al zijn ze beide een paar vrome, geloovige christenen, aan den kinderlijken schrijver van Genesis I toch nooit toegeven, dat er pas leven in de wateren zou zijn gekomen, nadat de planten geschapen zijn, want ze hebben de bewijzen voor oogen, dat het niet zoo is. Ze zullen hem ook nooit toegeven, dat de aarde nog maar zesduizend jaren oud zou zijn, en dat ze geschapen zou zijn in den tijd van zes dagen. Ik weet wel, in later tijd hebben de menschen, die de bijbelsche verhalen graag ,,in overeenstemming" hebben willen brengen met de wetenschap, de zaak in orde meenen te brengen door aan te nemen, dat men het woord „dagen" hier zou moeten opvatten als tijdperken van vele duizenden jaren. Ze beroepen zich dan op den tekst uit II Petr. III : 8, dat „één dag bij den Heere is als duizend jaren en duizend jaren als één dag", en daar hebben ze natuurlijk ook wel gelijk in. Maar uit heel het verband van Gen. I blijkt, dat de s c h r ij v e rz e 1 f wel degelijk aan dagen van 24 uren ge-

■ M

Sluiten