Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dacht heeft. Maar al zou men ook aannemen, dat aan die oude menschen bij dit woord „dagen" reeds het denkbeeld van „tijdperken" voor den geest zou hebben gestaan, dan komt het nóg niet uit. Want de opgravingen in de diepte der aarde hebben ons duidelijk doen zien dat datgene, wat ons in Gen. I wordt voorgesteld als één enkel proces, in der waarheid een samenstel is geweest van vele scheppingsprocessen, die als het ware op eikaars puinhoopen zijn opgebloeid.

En nu vraag ik U, Mevrouw, waarom zouden we zoo onoprecht wezen, dat voor onze kinderen niet te willen erkennen? Wat hebben we daar toch mee vóór? Meenen we nu waarlijk, dat ze het toch niet te weten zouden komen? Iedere krant, ieder geïllustreerd blad, waarin iets over opgravingen uit de aardkorst voorkomt, kan hen daarover inlichten. En reeds in de hoogste klasse van de lagere school kan de meester, als hij onderwijs geeft in de aardrijkskunde, het niet voor hen verzwijgen. Waarom zouden we op de zondagschool en de catechisatie deze dingen dan voor hen bedekt houden? Is deze struisvogelmethode in de opvoeding nu waarlijk het middel ■ ■

om eerlijke menschen te kweeken, die in oprechtheid voor God en menschen wandelen? Als we zelf voor onze jonge menschen voortdurend een en ander meenen te moeten wegmoffelen, wie is dan de schuld, dat zij reeds vroeg op het stuk van den godsdienst met achterdocht en wantrouwen vervuld worden? We moesten begrijpen, dat ook op godsdienstig gebied „eerlijkheid het langste duurt".

Voor mijn sciopticon bezit ik o.a. een aantal lantaarnplaatjes met albeeldingen, gelijk men die in ieder leerboek over de cosmografie vinden kan, van het ontstaan van de hemellichamen en van de vorming van de verschillende deelen van de aardkorst en van de verschillende voorwereldlijke levensvormen, welke men uit de diepte van de aarde heeft opgedolven. Voor de kleintjes is dat natuurlijk nog niet geschikt, maar jongens en meisjes, die wat meer leeren dan gewoon-weg, mogen ook daarvan een en ander te weten komen. Ik vertel dan eerst de verschillende Scheppingsverhalen, die in den bijbel voorkomen — er zijn er, zooals U weet, wel een stuk of vier — en dan eindig ik gewoonlijk met te zeggen: Nu heb ik

M ■

Sluiten