Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen zich van Hem maakten. Dat is datgene, wat zij (als ze meent, zulke verhalen aan de kinderen te moeten vertellen) eerlijk tegenover hen behoort te erkennen, wil zij de haar toevertrouwde jeugd niet in zedelijk godsdienstig opzicht ten verderve voeren.

U ziet hieruit, Mevrouw, dat ik het niet voldoende acht, zoo de onderwijzer zich er tor zou beperken de bijbelsche geschiedenis te vertellen, gelijk men dat wel uitdrukt, „zooals ze daar ligt". Deze uitdrukking kan niet anders beteekenen, dan dat hij ze zou moeten vertellen zonder eenig zedel ij k -religieus oordeel. Neen, ook van den onderwijzer, ja van hem in de eerste plaats geldt het woord „Wee dengene, die het goede kwaad noemt en het kwade goed!" En het is ook niet voldoende, het kwade, dat aan „God" wordt toegeschreven, te bedekken en er zoo'n beetje overheen te glijden, gelijk bijv. gedaan wordt in een handleiding voor de bijbelsche geschiedenis, geschreven, nota bene, van ethische zijde! Als daar gesproken wordt over het feit, dat Samuel (die hier natuurlijk wordt voorgesteld als een volmaakt Godsgezant, inplaats van, gelijk

M M

hij in de werkelijkheid was, een eerlijk en vroom, maar heerschzuchtig priester) in Gods naam het bevel geeft de Amalekieten te dooden, dan erkent de handleiding: „Het dooden en in stukken houwen van op zichzelf onschuldige menschen doet ons gevoel vreemd aan". Let wel, Mevrouw, op dat woordje „vreemd". Hier begint de auteur al dadalijk het zedelijk gevoel van de onderwijzers en, via het hunne, nattuurlijk mede dat der kinderen te ondermijnen. De auteur heeft niet den moed te zeggen, dat zulks wreed, afschuwelijk en onrechtvaardig is, — neen, we moeten niet vergeten, dat „de Heere" het eenmaal werkelijk zoo bevolen heeft, en daarom mogen wij menschen er alleen maar van zeggen, dat we het „een beetje vreemd" vinden. De handleiding gaat dan door met te zeggen: „Men zij vooral voorzichtig met het kind uit moderne gezinnen, die dikwijls in een gevoelige, humanistische sfeer zijn opgegroeid". Voelt U, Mevrouw, hoe funest-politiek dit volzinnetje is? De onderwijzer behoeft met zulke geschiedenissen tegenover de jeugdige orthodoxjes blijkbaar niet zoo voorzichtig

H ■

Sluiten