Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beien band gelegd: het geweten was aan de Kerk, maar ook de Kerk aan den Staat gebonden. Die dubbele band moest dus springen, zou de geest weer vrij zijn. En de Hervorming deed wel het één — zij gaf vrijheid van geweten — maar de band, die de Kerk aan den Staat kluisterde, slaakte ze niet. Van daar dat de Hervormings-kerk de stroom van haar leven ras zag vastvriezen, haar kerkinrichting niet kon afwerken, en het vrije geestesleven ten leste buiten haar erve dreef. Zoo werd ziel en lichaam gescheiden. De ontzielde kerk dierf den christelijken geest: de geest van Christus was in geen kerk meer belichaamd, en beider invloed ging te loor. — Maar thans, nu ook die tweede band al losser wierd, bijna sprong, en de Christelijke geest opwaakte, om weer de vrijgeworden Kerk te huwen, nu hoopt, wie vóór, nu ducht, wie tégen den Christus is, de ontwikkeling van die nieuwe macht. Nu ontveinst men zich beiderzijds niet langer het beslissend gewicht, dat bij den strijd om school en maatschappij en volksleven, door die kerk in de schaal wordt geworpen, en de waarheid vindt gereeder ingang: dat in den grond het vraagstuk der kerk geen ander dan het vraagstuk van het Christendom is.

Die zuivering van den eertijds zoo verwarden toestand is onberekenbare winste M. H., en tot een- halleluja voor den Christus voelt het hart zich uitgedreven, als het bij dien scherperen strijd tevens het krijgsgeluk zich zoo verrassend keeren ziet. Immers, wat waren onze kansen voor het vierde eener eeuw en wat zijn ze thans niet? Ziet toch, de verscholenen van weleer wagen zich reeds in de vlakke veld. Thans siert zich met lauweren, wie toen door smaad gestriemd werd. Die gisteren nog verdrukt werden, zijn heden geroepen, om over hun verdrukkers teheerschen. De toon des geklachs stierf weg, en het lied des gejuichs weergalmde. — En nu, ik juich daarin met u, maar toch ik voeg er bij: juist in dien ongekenden voorspoed ligt gevaar. Overmoed is soms meer dan moedeloosheid te duchten. Zoolang het kruis drukt, scheidt het valsche zich van zich zelf af, maar, als we de palmen wuiven, mag wel een nietssparend oor-

Sluiten