Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrijen loop, en kon in elke levenssfeer doordringen. Ja, welk talent is niet met kwistige hand u toegedeeld? 0! er was in uw gemeente een rijkdom, een weelde van gaven, waarbij te scherper afstak de geestelijke armoe, die men elders leed.

Ook dat talent is iets, dat ge hebt, ook daarvan zeg ik: »houd het." Als men elders u benijdt, laat het dan om iets meer zijn, dan om uw rechtzinnigen naam. Weet dan veeleer door de levenskracht, die van uw rechtzinnigheid uitstroomt, anderen tot jaloerschheid te verwekken. Elders klaagt men, dat er nog banden zijn, die belemmeren, — hier zijt gij vrij. Elders worstelt men nog, om de prediking van het ongeloof terug te dringen, — hier werd die strijd reeds met overwinning gekroond. O! slaap dan niet op uw lauweren in en ban den waan, alsof met die eerste schermutseling de groote strijd reeds was volstreden. Immers nu eerst komt de bange worsteling. Nu komt het er op aan, de vruchten van dien eersten strijd te toonen, door elk te overtuigen, dat de heerschappij der rechtzinnigheid de gemeente van Utrecht opbouwt, haar leven wekt, haar veerkracht verhoogt en het zuurdeeg des Christendoms ook in haar maatschappelijk leven gisten doet Nu wordt het uw roeping, om niet slechts elk voor uzelf, maar ook als gemeente te beslissen, of gij menschen-inzettingen nog gehoorzamen moogt, zoo ze de kracht van Gods Woord tegenhouden. Nu komt de moeilijke taak, om het nieuw gewekte gemeenteleven, met vaste hand te ordenen en weer den geestelijken eisch te geven, aan al wat geestelijk heet. Ja, nu vooral, wacht u de reuzenarbeid, om het niet-geloovend deel der gemeente, waarover men zich dusver weinig bekreund heeft, weer met de kracht des Evangelies te bewerken, en te breken met dien valschen toestand, waarin ge dusver, zoo ik gelooven wil, uws ondanks hebt verkeerd.

Met heiligen ernst roep ik u daartoe op, Gemeente! al zal het mij niet vergund zijn, in dien strijd met u op te trekken. Maar, al wacht mij thans in een andere gemeente de strijd, dien gij reeds achter u hebt, ook tot dien tweeden strijd zal het daar eens komen, en goed zal het mij zijn, dan anderen

Sluiten