Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nu denk ik aan het eerste gezin, dat in de wereld was.

Want deze groep van den 2en Adam, herinnert aan het gezin van den len Adam» Toen de le Adam stond in het paradijs, was er geen zwaard voor hem en evenmin voor Eva. Dat zwaard is alleen in de wereld van zonde bestaanbaar. Maar toen de zonde binnenstoof,

toen was daar het zwaard voor Adam en Eva. Over hun beider hoofd zei God tot de slang: "eens verplettering", Daar was vernedering geweest? de vloek over alle drie: vrouw, man en slang.

Nu is het anders3 De vloek is in zegen verkeerd. Simeon

"Dat staat voorop. Maar ook pas, als de weg tot de bit— terneid ten einde toe is aangewezen. Het is geen vloek meer, maar bitter van de uitwerkende zegen.

Daar is nog een ander punt. Als Adam de boodschap hoort van het vrouwenzaad, _dan gelooft hij ze: Manninne noemt hij: Eva.

Daarin doet hij eigenlijk afstand van die vrouw als zijn eigen vrouw. Man en mannin hooren bij elkaar. Hun doel ligt in elkaar. Maar als de mannin Eva heeten gaat, dan zegt de man: niet meer voor mij zijt ge, maar voor het kind. Uw kind is meer dam de ontrouwe vader. In die naamsverandering wijkt Adam terug. In het le gezin is er: het zwaard door Adams ziel, ook vanwege het vrouwenzaad. Hij is gesubordineerd aan zijn eigen zoon.

Vader Jozef dito. Adam moest achteruit, Jozef ook,'

Noem Maria: "Moeder".' Maar Jozef slaat het zwaard daarin.' Dat is spijs op het Kerstfeest.

En wat Eva betreft, ook zij moet tenslotte ondergeschikt zijn aan het kind. Ze moet baren, niet om zichzelf. Eva baart ook om den Messias (naamgeving van de 3 zonen). Dat is de slag van het zwaard op de wegen Gods. Zoo ook Maria. Haar bloed en tranen zijn op de Messiaansche weg geplengd.

Zoo brengt God naast elkaar: Adam en Eva, Jozef en Maria. En het vrouwenzaad verbindt die allen.

Het e/angexie komt als een speerwond. De genade komt niet tenzij door offerande. Zoo is daar het zwaard voor Maria niet,

omdat de twijfel haar kan bestormen, maar om het zijn bij Christus. Dat brengt lasten mee, zwaar om te dragen.

Een kind te hebben en er nooit mee te mogen pronken.'

Elke dag^moet ze haar kind afstaan aan de kerk.

Vrouw zijn,dei,, zwak vat zijn en de lasten van alle eeuwen dragen, is dat niet zwaar?

Stï?ks Saat als moeder urenlang zoeken. Het kind is bij Vader thuis. Nee, zegt Maria, vader is in Nazareth. Kind, waarom nr- ï °^LS a^Z0° gedaan? „. .. Vrouw, wat heb Ik met U te doen?

Wist ge niet? Weet ge niet? (op de bruiloft).

~ .r". zyn moeder en broeders (als het neven waren, dan toch: n^lll9^Hem.Z0eken» omdat ze Hem overspannen meene, zegt Jezus: Mijn moeder is hier, mijn zuster is: die des Vaders wil doet. De kerk, het ambt gaat voor.

Is dat geen lijden? Moeder te zijn van den mooisten, heerlijksten zoon en dan te hooren: "niet in Uw baren van Mij zijt ge zalig, maar gij zijc zalig, als ge gelooft met de kerk mee? Die vrouw met die zoogende borsten (Lucas 11 27) zei onzin.

OP Golgotha - vrouw, zie Uw zoon, bloedband ondergeschikt aan het ambtelijke.

Op Pinksteren - Maria op een stoeltje in de kerkzaal. Ze staat

Sluiten