Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gehouden in het gebouw: "Waalstraat" Tekst: Mattheus 2 vs, 1»2, te Utrechtj 25 Dec.1938, 's avonds. 9»H &•

Gelezen: Matt. 2 vs. 1-12, Gezongen: Ps. 72 vs. 4.

Ps. 72 vs. 2 en 6 Geen tusschenzang Ps. 22 vs. 14.

Het moet wel direct de aandacht trekken, dat het Kerstverhaal slechts op 2 plaatsen ons wordt verhaald. Marcus deelt het niet mee en zoo Johannes ook niet. Mattheüs en Lucas geven ons wel het Kerstverhaal. Dat leert ons, dat het Kerstverhaal niets heeft in zichzelf. Indien de aanblik van het Kind alles ware, dan zou Marcus wel zeer te kort geschoten zijn. Ieder heeft ons het Evangelie beschreven met eigen bedoeling. Zoo schreef Matt. voor de Joden, Lucas voor de heidenen. Bij Matt. is David alles. David komt voor de dag in het Kind. Maar de heidenen van Lucas zijn niet van David. vragen niet naar den mooien Jood. maar naar den mooien mensch. Zoo komt Lucas bij vader Adam, De mensch is van hem uit. Zoo willen de heidenen het.

De schepping is 2 x verteld, de herschepping ook. Maar nu komt er een prachtige aanvulling. Matt. zal nooit een Jodenhoek schrijven, maar Gods boek voor alle mensch en. En Lucas zal nooit een heidenenboek geven, maar eveneens Gods boek. Matt. laat de heidenen uit het Oosten aanrukken De zendingsgedachte treedt naar voren en het breede wereldverband. En Lucas is druk bezig met de Joden: Zacharias, herders, Simeon, Het boek is particiilier, nooit particularistisch, universeel, nooit universalistisch.

Het hart, én van Jood én van heiden, moet besneden worden door het mes van Gods Kerstcritiek.

Thema: De Wijzen uit het Oosten, getrokken en beheerscht door het Woord"van God:

De Wijzen le. gelokt door het Woord Gods van de natuur.

2e. geleid door het Woord Gods uit de Schrift.

3e. geknield voor het Woord Gods in het vleesch.

ad. 1; gelokt worden ze. Dit zegt de Heilige Schrift: enkele wijzen komen in de stad der vaderen met behulp van de ster van den geboren koning der Joden. Dat is een heele geschiedenis van lijden en heerlijkheid, van bijgeloof en Gods licht, dat beter is dan de mooiste ster.

Bijgeloof is hier. Bovendien is niet te roemen buiten de maat over het natuurlijke licht.

Die ster is niet maar een natuurverschijnsel, maar een apart teeken, dat lokte. Dat durf ik niet zeggen op grond van sterrekunde, maar omdat er een buitengewone ster was: hij stond stil. God verwekte een licht, dat ster heeten kon, niet om de gewone gang te beschrijven, maar speciaal voor doffe oogen, die zoeken.

Gods Woord in de natuur is geen helder Woord. Deze ster is stom, althans: het spreken is mat. Toch, die Hij, God, ermee trekken wil, trekt Hij ook. Maar het past niet te roemen in het licht der natuur. De natuur is geen Woord Gods, dat leidt.

Sluiten