Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kader van de natuur. De koning is er! Zoo komt Gods Woord in de natuur!

Wij, die het achteraf lezen, mogen wel bedenken, dat dit ons leert niet te fantaseeren over de Wijzen, maar te gelooven in de kracht van het Woord. God saneert het bijgeloof ten goede in het teeken, maar leidt over van bijgeloof naar geloof. Dat is geen natuurlijke overgang, maar ze is er alleen door souvereine wilsbeschikking. Daarom is er ook geen sprake van geleiden in punt 1, maar van lokken. Lokken is in de liefde het le stadium. Lokken is voor de cnmondigent

Leiden brengt ons, waar we zijn moeten. Dat ligt in het Woord. Vandaar nu de 2e gedachte: geleid door het Woord Gods uit de Schrift.

ad, 2s vs. 9 zegt; "den koning gehoord hebbende". Ze waren in># contact gekomen met de bijbel. Ze zeggen, die Wijzen: waar Daniël geleefd heeft, daar zal ook die koning wel zijn. Nu komen ze en vinden niets dan een slapend volk, een stad vol geleerden, die niet helpen kunnen. Totdat Herodes' argwanendheid die geleerden dwingt de bijbel maar 's open te doen.

Hier komt nu de pijn voor de Wijzen. Hun bijgeloof krijgt de vuurdoop.. Het moet verteerd. Geloof moet er komen.

Ze verwachten een volk in feest om een koningskind en ze vinden geen enkel feestgedruisch. Dat is een koud waterbad voor de Wijzen,

Het onraad slaat de bijbel open. Micha 5 vs. 1. Dat kan, want dezelfde God heeft ook het licht laten schijnen, over Israël. De lerter bindt de geleerden, de boei van de letter triumfeert. En zoo komt er een wijs woord uit de mond van Israëls dwazen. Dan komt er leiding uit de Heilige Schrift. Nu gaan ze op weg. Dat Woord greep hen aan. Niets houdt meer tegen.

En als ze zoo op weg zijn, pas dan komt de ster terug, die een tijdlang was weggebleven. Toen hun geloof bleek, kwam de ster terug, niet om de leiding te nemen, maar als teeken. Wie heeft, dien zal gegeven worden, maar die niet heeft, van dien zal genomen worden, ook wat hij heeft. Israël had niets. God neemt alles af. Maar de heiden heeft. Hem wordt meer gegeven. Toen ze het uithielden bij een slapende stad, toen ze de Heilige Schrift geloofden, toen kregen ze meer: de ster kwam terug. Dit was geen algemeen gebaar, maar het was precies.' Toen deed God nieuwe dingen.

Vraag nooit naar dat sterteeken. Niemand kan de weg uitschrijven, die God bewandelt. Van boven af grijpt de Heere in. Zijn stem in de natuur is bijzonder geweest, nu niet meer te wachten.

De Wijzen, geen schriftgeleerden, maar een ster kregen ze mee. Maar wat hebben ze teen het kruis in de verte reeds vermoed. Een koning, maar geen residentie. Een koning van het Westland, maar geen West-land voor den koning. Wie zal hun smart teekenen? Wat een lijden! Maar als ze blijven gaan, geleid door het Woord Gods uit de Schrift, naar Bethlehem, dan komt straks de genade Gods feller over hen.

ad. Want, ze komen bij het huis, waar het kind is. In dat huis was Gods Woord in het vleesch geopenbaard. En voor dat Woord Gods knielden ze.

Sluiten