Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hamj. 4: 19, 20. Maar Petrus en Johannes, andwoordende, zeiden tot hen: oordeelt gij, of het recht is voor God, ulieden meer te hooren dan God? Want wij kunnen niet laten te spreken hetgeen wü gezien en gehoord hebbèn. .

Wie van den 31 en October, den gedenkdag der Kerkhervorming, mocht meenen een feestdag te kunnen maken in de toestanden die wjj beleven, zou slechts toonen den ernst der tegenwoordige tijden niet te verstaan. Onze Kerkgemeenschap beleeft voorwaar geen dagen van vreugde, maar van bedruktheid en rouw. Machtige vijanden omringen haar aan alle zijden. Het hedendaagsch ongeloof in onzen eigen boezem, en het innig daaraan verwante bijgeloof van Rome, (1) deze twee vijanden, in grond en levensbeginsel één, bedreigen haar met overmacht. Evenwel hebben wij goeden moed, met het oog naar Boven. Wij weten, de Heer regeert. Laat ons eenige oogenblikken w\jden aan ernstige historie-beschouwing, om er heilzamen troost en waarschuwing aan te ontleenen. Dit kunnen wij, indien wij in de gebeurtenissen des Heeren hand, in haar strekking de stem Zijner heilige wijsheid, die tot ons spreekt, leeren opmerken.

Wij zijn Protestanten. Het spreekt van zelf, dat die naam niet onze hoogste naam is. Gelijk de vrouw bovenal

(1) Dat het moderne ongeloof en het Roomsche bijgeloof, hoe hemelsbreed ook onderling verschillend in uitwendig aanzien, echter in hun diepste beginsel, de ontkenning van den ernst der zonde, één zijn, toonde ik breeder aan in het in de Voorrede besproken werkjen: Anti-modem, daarom anti-Rooms ch.

Sluiten