Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

OUDHEID DER SLAVERNIJ.

«Wie een mensen steelt, hetzij dat hij dien verkocht heeft, of dat hij in zijne hand gevonden wordt, die zal zekerlijk gedood worden. (Mozes , Bxod. 21:16.)

De instelling der Slavernij is oud, zeer oud — doch die oudheid wettigt haar bestaan niet. Slaven, lijfeigegenen of dienstpligtigen die geen de minste persoonlijke vrijheid genieten, die niet als personen maar als zaken worden beschouwd en behandeld, zijn er door alle eeuwen heen geweest; wij erkennen het, dat de slavenhandel altijd bestaan heeft zoo ver de geschiedenis reikt, even als de zonde, maar wij ontkennen dat die oudheid dit bedrijf wettigt. — Mozes spreekt reeds in zijn eerste boek van slaven en slavernij, namelijk bij den vloek over cham uitgesproken (Gen. 9 : 25), en daarna over de slavernij waartoe de vrouwen en kinderen van sichem op eene verraderlijke wijze gedoemd werden (Gen. 34: 29), alsmede van jozef door zijne broeders verkocht en door Aziatische kooplieden als slaaf naar Egypte gebragt (Gen. 37: 28). De slavernij ontstond in het Oosten, de bakermat in het algemeen van alle despotismus, en verspreidde zich van daar ook naar het Westen.

De oorlog was de hoofdoorzaak der slavernij bij alle volken, de krijgsgevangenen werden over en weder gedood, of met vrouwen en kinderen tot den slavendienst

1

Sluiten