Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

NEGER-HANDEL.

Omstreeks 1462 hadden de Portugezen de kusten van Guinea ontdekt, en 20 jaren later stichtte d'azambuga het sterke kasteel St. George del Mina op de Goudkust, en knoopte er handelsbetrekkingen aan met de aangrenzende negerstammen, welke hun goud, ivoor en slaven leverden; de slaven bragten zij naar de eilanden Fernando Po, Principe, Annabon en andere, alwaar zij suikerplantaadjes aanlegden, die de negers moesten bewerken.

In het laatst dier eeuw, 1492, werd Amerika ontdekt en nu ontving de slavenhandel een nieuw leven; nooit werd die handel met gruwzamer eigenbaat en onmenschelijkheid gedreven dan door de Christenen van Europa, ofschoon met het Christendom in lijnregten strijd zijnde, zoodat het lijfeigenschap in Europa zelf reeds grootelijks verminderd was. Men begreep, dat het met de pligt eens Christens onbestaanbaar was om Christenen als slaven te houden, doch deze pligt strekte zich, huns inziens, niet tot de zwarten, Heidenen en ongeloovigen, uit.

Met ongeloofelijke hardheid dwongen de gouddorstigê Spanjaarden de inboorlingen in Midden-Amerika om

Sluiten