Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooroordeelen tegen dengenen dien hij beschuldigt, Hier kan men nog bijvoegen," — enz.

In de talrijke schriften van las casas zeiven die nog bestaan, is er geen enkel woord ten gunste der slavernij van welken aard ook; maar zij zijn vol van redeneringen en smaadredenen tegen de slavernij, onder welke gedaante zij zich voordoet; en in zijne welsprekende en veel omvattende schetsen ten voordeele der verdrukte Indianen, is niet de minste wenk te vinden ter aanbeveling van den Afrikaanschen slavenhandel. Hij maakt slechts tweemaal gewag van de negers in zijne talrijke geschriften: de eene keer vermeldt hij hen alleen als wonende op de eilanden, (in een manuscript in de Nationale Bibliotheek te Parijs), en in hetzelfde werk stelt hij geene andere verbetering voor van de ellende der oorspronkelijke inwoners dan de opheffing der repartimientos, of verdeelingen van het volk met den grond waarop zij geboren zijn. — In een ander geschrift voegt hij er bij, na in het breede de maatregelen uiteen gezet te hebben ter verbetering van het lot der Indianen (de juiste gelegenheid zekerlijk om de negerslaven-handel te verdedigen als hij dien goedkeurde): «De Indianen worden niet meer verdrukt door hunne meesters en de openbare ambtenaren, dan door de ondergeschikten van deze en door de negers.''

De oorspronkelijke beschuldiging van herkéba, luidt als volgt:

«De licentiaat babtholomeo de las casas, ziende' dat zijne plannen van alle kanten groote zwarigheden ontmoetten, en dat de verwachtingen, die hij zich daarvan had voorgesteld bij zijne bekendheid met den GrootKanselier, en de gunstige meening die deze van hem koesterde, geene uitwerking hadden gehad, ontwierp an-

Sluiten