Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

berigten, niet ongenegen ter geheele opheffing van het lijfeigenschap, — en de edele victoeia, Koningin van Engeland, heeft onlangs niet alleen de opdragt van een werk, dat Lady murray, nadat ze van eene reis door de zuidelijke staten van Noord-Amerika in Engeland terug gekeerd was, ter verdediging van de slavernij geschreven had en aan H. M. wilde opdragen, geweigerd en afgewezen, maar «der schrijfster buitendien kennis doen geven, dat zij uit hare betrekking van hofdame ontslagen was. (Zie Prov. Gron. Courant van Zondag, den 27sten Januarij 1856, N<>. 12).

Overal neemt de afkeer tegen slavernij en slavenhandel toe, behalve bij de Nederlandsche regering, daar blijft men de slavernij in de Overzeescho Bezittingen handhaven, — en laat men ook de mishandeling der slaven ongestraft voortduren. — Er bestaat wel is waar een reglement op het onderhoud, den arbeid, de huisvesting en de tucht der slaven op de plantaadjes en gronden in de kolonie Suriname, vastgesteld bij Kon. Besluit van 6 Febr. 1851, N<>. 67, voorkomende in het Gouvernementsblad van dat jaar, N°. 4, waarin de voeding, kleeding en straffen geregeld zijn, doch hetzelve wordt niet gehandhaafd, het heeft de eigenaren grootelijks verbitterd en het lot der slaven verergerd, want de huisselijke tucht is er op eene gruwelijke wijze verzwaard en vermeerderd.

Uit Curacao, schrijft men aan de Utrechtsche Courant (16 Januarij 1856): — «Het aantal slaven, die door de vlugt hunne vrijheid zoeken te herwinnen wordt, telkens aanmerkelijker. Zij beginnen van lieverlede begrip te krijgen van hunne regten als menschen. Men kan hen onderling bijeen zien komen en hooren praten over het regt dat zij hebben om vrij te wezen. Sints lang, zeggen zij, heeft men hun het verleenen

Sluiten