Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewijs van ontaarding en verbastering van de belijders dier godsdienst is; docb wanneer het waarheid is, wat saadi zegt: — «zoo de pest geld en titels verleende, zoude ook de pest vleijers en dienaren vinden," — dan behoeven wij ons niet te verwonderen dat ook de slavernij hare voorstanders vindt. Sommigen, zelfs leden van de straks te noemen Staats-Commissie, die niet zoo regtstreeks voor het gevoelen willen uitkomen, dat zij de voortduring der slavernij wenschen, wenden de vrees voor, alsof de vrijlating der slaven, bij het nadeel daaruit ontstaan ook groot gevaar voor Nederland en zijne koloniën zoude medebrengen.

De staat onzer Westindische koloniën blijft steeds in duisternis gehuld, de regering geeft steeds negatieve verzekeringen waar positieve worden verlangd, en de administratie is en blijft duister. — «Vroeger noemde men het departement van Koloniën" (zegt de heer hoffman in zijne redevoering gehouden in de Tweede Kamer der Staten-Generaal op 29 Nov. 1855) een glazenhuis, doch van mat glas. Sedert zijn er eenige doorschijnende ruiten ingekomen, maar helder is het nog niet."

Groote verwachtingen koesteren onze volksvertegenwoordigers van eene spoedige verbetering van het lot der slaven of eene op handen zijnde emaneipatie niet. De heer blaupot ten cate zeide in bovengenoemde zitting: «dat hij het betreurt dat alle onderhandelingen tot niets geleid hebben. De algemeene wensch der Kamer op den 3den Maart 1855 geuit omtrent de verwachtingen van het lot der slaven, verdwijnt nu ook in rook. Spr. gelooft niet, dat daaraan voldaan zal worden. De Minister (nu door een' anderen Minister van Koloniën vervangen) beroept zich op de voorstellen der Staats-Commissie, en daardoor wordt de zaak op de

Sluiten