Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichtingen moeten gevraagd worden. De Minister, daarvan is hij overtuigd, zal zich ook door de moeijelijkheden waarin hem dit votum brengt, wel weten heen te worstelen. Hij is wel eens meer in moeijelijke omstandigheden geweest. In April 1853 zag bet er nog veel donkerder uit. Dat zal hij ook nu weder doen; maar het lot van 40,000 slaven zal blijven zoo als het is."

Zoo sprak de heer VAN hoëvell op den 29sten November j.1. in de Tweede Kamer, waarin hij door den heer GROENVANPRINSTErer ondersteund werd.— «Ten gevolge van het in Maart 1.1. vrij algemeen door de Kamer uitgedrukte verlangen, is door den Minister eene bepaalde toezegging gedaan. Nu zegt Z.Exc., dat die afgestuit is op het verzet van den Raad van State en van andere personen. Spreker moet daarop zeggen, dat volgens het Nederlandsche staatsregt de Raad van State alleen gehoord wordt. .En wat betreft de tegenkanting van vele aanzienlijken, zal het steeds onmogelijk zijn, iets wenschelijk goeds tot stand te brengen, indien het gouvernement zich daar niet boven stelt, steunende op het gemeen overleg en de gezindheid van het Nederlandsche volk. Uitstel dus, maar voor hoe lang? — Als men nagaat, wat sedert jaren omtrent deze aangelegenheid is voorgevallen , en wat door de Kamer in de laatste dagen nog is bekend gemaakt, dan ziet men, dat de pogingen om tot afdoening te geraken, geene andere uitkomsten hebben gehad, dan de verscheidenheid van inzigten en het moeijelijke eener afdoening te doen kennen. — Uitstel, waarvan? van de verbetering van een reglement, waarmede een onbarmhartige meester doet, hetgeen wij allen als een gruwel beschouwen. — Uitstel. Hierbij kan men zich herinneren het gezegde van WILLEM den eerste : « Wat baat mij een prachtig gastmaal over een jaar, als ik nu broods-gebrek heb. —

Sluiten