Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De negersziftthalf redelooze schepsels, die meer dier dan mensch zijn, makende den hoogsten rang onder het apengeslacht uit, daar zij iets meer zijn dan de oerang-oetang, een minder tam boschmensch, en dan volgt de kwatta, eene groote apensoort in de bosschen van Guyana. Wat betreft de ligchaamsvorm en de denkbeelden die sommige blanken, niet alleen planters maar ook hoofdofficieren, omtrent de negers koesteren, verwijzen wij naar het werk: De negerslaven in de kolonie Suriname, door m. d. teenstra. Te Dordrecht, bij h. lagerwey, 1842 bladz. 108, '158, enz. alsmede naar de in dat werk aangehaalde schrijvers. Wat de behandeling der slaven aangaat, vindt men daar, bladz. 132 en volgende, afschuwelijke voorbeelden uit authentieke stukken aangehaald, die wij met geene feiten van vroegeren of lateren tijd zullen aanvullen. Men raadplege deswege wat Suriname betreft: j. g. stedman , Reize naar Suriname, en door de binnenste gedeelten van Guyana. Te Amsterdam bij johs. allart , 1799, 4 deelen. Albert, baron von sack, Reize naar Suriname en verblijf aldaar. Te Haarlem, bij p. bohn , 1821, 3 deelen. — F. a. ktjhn , Med. Doctor, Beschouwing van den toestand der plantaadjeslaven. Te Amsterdam bij c. g. sulpke, 1828. M. d. teenstea, Bijdrage tot de ware beschouwing van de zoo hoog geroemde uitbreiding des Christendoms onder de Heidenen in de holonie Suriname. Te Amsterdam, bij m. h. binger, 1844. Van hoëvell, Slaven en vrijen onder de Nederlandsche wetgeving. Te Zalt-Bommel, bij joh. noman en zoon. Emancipatie der slaven. Bijdrage tot eene nadere beschouwing van den toestand der kolonie Suriname. Te Groningen, bij j. oomkens, jz, 1855. Maandblad, uitgegeven van wege de Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van de afschaffing der slévernij. Te 'sHage, bij

Sluiten