Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nezuela hebben zien aanvangen en voltooijen en het hun bekend werd, wat in het jaar 1848 op St. Eustatius en het Nederlandsche gedeelte van het eiland St. Marten plaats had, en dat eindelijk de Curacaosche slaven gestadig in getal toenemen en het daar geene zeldzaamheid is, dat zij door hunne meesters als zeelieden worden verhuurd, zonder dat dit tot ontvlugting aanleiding geeft — dit alles in aanmerking nemende, meende men daaruit de geruststellende slotsom te mogen opmaken, dat inderdaad het lot der slaven, inde voornaamste der Nederlandsche West-Indische koloniën, over het algemeen, zeer aanmerkelijk is verbeterd, en dat grove misbruiken thans tot de uitzonderingen behooren."

Die schijnbare rust der Negerslaven is niet het gevolg van tevredenheid, maar van angst en vrees, — wanneer de vlugtende aan de kogels zijner vervolgers ontkomt, wacht hem den hongerdood in de onbewoonde bosschen van Guyana of in de kille rotskloven op de naakte eilanden, en wordt hij opgevangen dan weet hij welk eene gruwzame straf hem wacht, ook worden zij aan boord als slaven behandeld en gehouden, om het ontvlugten te voorkomen. Dat de slaven tot geen openlijk verzet en opstand komen bewijst niets voor eene goede behandeling. De keizer van Rusland is alleenheerscher over alle Russen, meer dan 60 millioen menschen bukken voor zijnen wil, en de knoet is bij het bestuur over lijfeigenen geenszins afgeschaft. — Ook in Suriname staan gewapende en goed geoefende troepen tegenover verspreidde en ongewapende negerslaven. — Op sommige afgelegene plantaadjes besturen één directeur en één of hoogstens twee blankofficieren, eene slavenmagt van 2 a 300 koppen, intusschen hebben ook daar dikwerf willekeurige strafoefeningen en martelingen plaats. Doch wij willen hier over die physische gruwelen niet

Sluiten