Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitweiden, ofschoon die feiten ipsö jure kunnen bewezen worden.

Men stelle zich echter de rust der Negerslaven noch in Suriname noch op de Westindische eilanden te gunstig voor.

In een der nommers van de Nieuwe Rotterdamsche Courant van December 1855, komt eene brief voor, geschreven uit Curacao, waarin weder met krachtige bewoordingen wordt aangedrongen op eene spoedige en onmiddelijke emancipatie der slaven, als het eenige redmiddel tot behoud dier kolonie. — «De geest van vrijheid," zegt de briefschrijver, «is tot eiken slaaf doorgedrongen, de slaven weten dat de Minister van Koloniën plegtig verklaard heeft, dat de kwestie niet is of er geëmancipeerd zal worden, maar wel de wijze waarop; reikhalzend wachten zij dien dag af die hun de vrijheid zal geven, en die dag breekt helaas! niet aan. Met elk schip dat uit Nederland aankomt, verbeelden zij zich dat er last tot emancipatie aan boord is. De twijfelmoedigheid maakt zich eindelijk van hen meester, zij beginnen de betuiging van den Minister van Koloniën in twijfel te trekken, en trachten door de vlugt hunne vrijheid te bekomen." — Hierop worden eenige ontvlugtingen van slaven opgesomd, die in den laatsten tijd hebben plaats gehad. Wij zien er uit dat alleen van den 13<ten tot en met den 31sten October 1855, het getal ontvlugte slaven, voor zoo ver het den schrijver bekend was, 38 bedroeg.

Voorzeker, het zoude uit een finantiëel oogpunt voor de regering eene voordeelige speculatie zijn, nog slechts eenige jaren mét de emancipatie te wachten. Wie weet, hoe spoedig hun getal, dat voor 25 jaren alleen op Curacao nog bijna 20,000 meer bedroeg dan thans, tot een zeer klein cijfer zal zijn teruggevoerd; « maar dan ook," zegt de heer

Sluiten