Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TEN caTE te regt, «ten opzigte van elk, dien wij al* slaaf laten sterven, onze verantwoordelijkheid grooter èn> voor de natie, èn voor de menschheid, èn voor God.'r Verder zegt de Commissie, bladz. 5, bij het onderzoek dat door haar ingesteld werd naar den tegenwoordigen toestand der slavenbevolking «dat zij zich niet heeft kunnen verlaten op de beschouwingen in talrijke geschriften te boek gesteld , omdat die het karakter van authenticiteit missen, hetwelk alleen (?) langs ambtelijken weg kan worden verkregen." — Zoo betwijfelt men dan ook berigten, waarin met opgave van tijd en plaats, personen en feiten genoemd worden en van daar dan ook, hare eenzijdige en te gunstige beschouwing der slavenhouders, daar zij alles willende aanwenden in het belang der meesters, daarentegen de slaven met eene drukkende schuldenlast wil bezwaren.

«Toen de Nederlanders in den aanvang der zeventiende eeuw bezittingen op het vaste land van Amerika verkregen, vonden zij er den landbouw door negerslaven uitgeoefend," — - zegt de Commissie — waar vonden de heeren dat? — Toen de Zeeuwen en Hollanders in het laatst der 16de eeuw naar Guyana stevenden, en de Staten van Holland bij resolutiën van 10, 14 Junij en 7 en 22 Julij 1581, verklaarden wel te mogen lijden, dat die vaart door bijzondere personen ondernomen werd, — waren er in Suriname geene negers en geene slaven, en de zwakke inboorlingen (roodhuiden of zoogenaamde Indianen), vlugtten voor de vreemde en gewapende indringers in de bosschen. Hoe zijn wij in het bezit van dien grond gekomen ? — door het regt van den sterkste , dat is onze eenige titel van aankomst der kolonie Suriname, — en hoe komen wij aan de duizende negerslaven — door schandelijken menschenroof op de kust van Guinea, hun' geboortegrond gepleegd.

Sluiten