Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooit verjaard onregt, gegrond op het regt van dén sterkste; ofschoon het niet te betwisten is, dat de voormalige West-Indische Compagnie den negerhandel in de WestIndische koloniën bij plakaat van 24 Nov. 1789 grootelijks heeft aangemoedigd — «om de Coloniën in de Westindiën van de noodige handen te voorsien tot het verrigten van den Arbeid, de Negerhandel behoorde aangemerkt te worden als onafscheidelijk van den bloeij en voorspoed dier Coloniën, en van de geheele Commercie." De vuige handelspeculatie in menschen, beoogde alleen geldelijk voordeel, om het even hoe die voordeelen verkregen werden. — Die handel werd door den Staat gewettigd en aangemoedigd.

In het emancipatiè-plan der Staats-Commissie lezen wij bl. 93, dat de slaven zijn: — «het wettig eigendom hunner meesters." — «Zij zijn verhandelbare zaken."— «De wetgever heeft regten doen ontstaan, die hij niet kan ontnemen of krachteloos maken zonder schadeloos stelling." — « Het is wenschelijk dat de uitgaven door de emancipatie gevorderd, zoo veel mogelijk worden terug gegeven aan de Staatskas," — en door wie? — «Zij kan geschieden door den welbestuurden arbeid der geëmancipeerden, en er is niets onbillijks in gelegen, hen, als voorwaarde der emancipatie, de verpligting op te leggen, om zich te onderwerpen aan de maatregelen , tot dat doel gevorderd." — Wij vinden dien maatregel voor de vrij te laten slaven hard, zeer hard en onbillijk tevens, want zij zijn óns niets, hoegenaamd niets! schuldig.

«De Staat, de opheffing der slavernij bevelende, doet het in het belang van Godsdienst, beschaving en stoffelijk welzijn. Hij kan aan de geëmancipeerden, insgelijks als voorwaarde van zijne tusschenkomst, de verpligting opleggen om zich te onderwerpen aan de

Sluiten