Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

dat het volk van nederland, even als vroeger het engelsche en daarna het fransche volk zamen moge werken om de vrijmaking der slaven bevorderlijk te zijn.

Met genoegen hebben wij gezien, dat er uit onscheidene steden en landelijke gemeenten des rijks, adressen en verzoekschriften aan Z. M. den Koning en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn ingezonden , met verzoek om de slavernij af te schaffen, — dat er sprekers optreden, om de Nederlandsche Natie op te wekken om zich langs dien weg van eene schuld van zonde en ongeregtigheid te ontlasten,1 en de ongelukkige negerslaven den weg tot stoffelijke en geestelijke welvaart te openen.

De heer l. a. chamerovzow, Secretaris van «the Kritisch and Foreign Anti-Slavery Sociteit,'' hield op den 19 Julij 1855, op verzoek van het Nederlandsch Jongelings-Genootschap ter afschaffing der Slavernij in eene openbare vergadering van dat genootschap te Amsterdam gehouden, eene rede, ten betooge: «De Slavernij, eene misdaad en eene zonde voor God," zijnde bij c l. brinkman te Amsterdam ten voordeele der Emancipatie uitgegeven. — Daarin vinden wij op bl. 15 deze redenering.

«Er zijn zeer vele personen die de vrijlating der slaven begeeren, die toegeven, dat verbeterings-middelen

Sluiten