Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Indien zij om hun geweten te bevredigen voorstanders van het. beginsel vergoeding moeten worden, laat hen dan in naam van al wat regt is die vragen, en luide vragen voor den slaaf die jaren lang zonder loon gewerkt heeft, niet voor den meester, die de voordeden van dien arbeid in den zak stak, en die voordeel hoopt te doen met den arbeid, van nog ongeborene slaven. Op zulke gronden wil ik ook een voorstander zijn van de vergoeding, gedachtig aan de plaats van de Schrift dat «n een arbeider zijn loon waardig is." "

«Gij Christenen, gij hebt alleen daarmede te maken , dat de slavernij eene zonde en eene misdaad is voor God; het is niet slechts eene zonde, maar het is eene zonde der zonden, die elke zonde in zich bevat, welke de Tien Geboden veroordeelen."

Wie onzer is niet diep doordrongen van het onchristelijke en onmenschelijke der slavernij; wie onzer zoude niet gaarne pogingen bij de regering willen aanwenden, om onze miskende en dikwerf mishandelde natuurgenooten in hunne waarde als menschen te herstellen, tot uitwissching der schande die door de slavernij op Neêrlands vrije volk rust. Wij zeggen met o'connell , den vrijheid predikenden Ier, een' voorstander der echte Whigpartij, in zijne aanspraak van den 30sten Augustus 1841, bij gelegenheid der bijeenkomst van zijne aanhangers en het optreden van het nieuwe Tory-ministerie: — «De burgerlijke en godsdienstige vrijheid, ziedaar de eenige voorwaarde tot 's menschen geluk, * de kleur van den mensch, de klei van welke hij gekneed is, doen er weinig toe, hetzij hij verbrand is door de zon van de verzengde luchtstreek, of gebleekt door de lucht van het noorden, hij is en blijft steeds een mensch, en het is zijne vrijheid die ik begeer." — en wij met hem.

Sluiten