Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertolking, dat die waarheid Gods in heel zijn geestelijk bestaan gaat indringen. In dien zin mogen wij nu ook bij onze Evangelisatie den eisch van adaptatie stellen. Wij willen niet gaan koketteeren met den modernen mensch. Wij moeten niet in onze Evangelie-verkondiging zijn moderne taal gaan spreken, in zijn moderne terminologie ons gaan uitdrukken, aan zijn moderne gedachtensfeer ons gaan aanpassen uit een zekere mode-zucht of om hem daarmee in het gevlei te komen, nog minder om daardoor vooral te laten zien, dat wij zelf „bij" zijn Wij moeten ons in zijn mentaliteit inleven en leeren zijn taal te spreken uit liefde, om bij hem te komen en, voorzoover wij menschen dat kunnen, het Evangelie bij hem te brengen.

Natuurlijk zijn hier grenzen. Er is een „vreemdheid" van het Evangelie, die onvermijdelijk moet heeten, die aan het wezenlijk karakter ervan onafscheidelijk verbonden is. Wij herhalen hier nog eens, wat wij reeds eer opmerkten: het Evangelie is de boodschap des kruises. En als zoodanig blijft het voor den natuurlijken mensch vreemd en moet het voor hem vreemd blijven Maar daar is ook een vreemdheid, die schuldig is. Wij mogen niet met opzet met het Evangelie op een afstand van den mensch onzer dagen blijven. Wij moeten in den geest der liefde hem zoo dicht als ons eenigszins mogelijk is zoeken te naderen Het klassieke voorbeeld daarvan is de apostel Paulus. Als één ervoor gewaakt heeft, het Evangelie nooit te fatsoeneeren naar den smaak van den natuurlijken mensch, is hij het. Maar tegelijk heeft ook niemand zóó als hij gezocht, zoo dicht mogelijk bij de menschen te komen. Den Joden is hij een Jood geworden, opdat hij

Sluiten