Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ware dit niet het geval, ik zou van het naamloos schrijven geen notitie hebben genomen. Zelfs al wist ik dat een ouderling achter het > lid der gemeente" stond.

Doch, daar hij uitdrukt wat reeds jaren aaneen bijna ieder in zgn kring gezegd heeft, zoo gevoel ik mij uit liefde tot de waarheid en de rechten van ons verheerlijkt hoofd Jezus Christus geroepen en gedrongen tegen het beteekenen van dit vonnis op te komen, onze stad- en landgenooten beter in te lichten en herziening van een zoodanig oordeel en mitsdien vernietiging van bedoeld vonnis te vragen.

En waar ik dit vraag, kan ik niet anders dan óok rekening houden met hetgeen de Hooggel. heer Dr. A. Kuypeb voor de gereformeerde broeders in de Herv. kerk den laatsten tijd heeft uiteengezet. (*) Immers het ligt voor de hand dat zij bij het beteekenen van ons vonnis zich op hem beroepen.

Indien het waar is, zeer geachte vrienden en vriendinnen! dat wij óok hadden moeten blijven, dan is, zooals Gamaliel eenmaal in betrekking tot onze eerste > afgescheiden" en uitgeworpen broeders, terecht uitkomen deed, dit ons werk niet uit God. Honderden en duizenden waaronder ook ik mjj rekenen mag en waarvan velen reeds juichen in den hemel, hebben zich dan voor Gods heilig aangezicht vergist.

En daar nu onze broeder en de duizenden, die in dezen spreken als hij, zich niet meenden te moeten uitdrukken als Gamalibl, die nog zeide: »2ndtendit werk uit menschen is, zoo zal het gebroken worden, maar indien het uit God is, zoo kunt gij het niet breken, opdat gij niet misschien bevonden wordt ook tegen God te strijden."

Daar hij en gij die, als hij, denkt en spreekt, uit hetgeen de toekomst leert, dat is, uit het voorzienig bestuur

(*) De punctueele repliek van Pro£ Wieling» aan Prof. Kuyper, die ik voor het afdrukken van dit schrijven las, is hier fe weinig gelezen om mij daarop te kannen beroepen.

Sluiten