Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe dit antwoord, hetwelk we evenwel gaarne hooren, zgn moge; indien wij den toestand der staatskerken, of zoogenaamde staatskerken, van België, Frankrgk en Engeland met die van óns land vergelijken, niet oppervlakkig, maar grondig vergelijken, en daarbij het ontstaan en den nitgang ónzer kerk met het ontstaan en den uitgang van de kerkeu dier »gescheiden broeders" vergelijken, dan hooren we evenmin de stem ons in de ooren klinken: »de gescheiden broeders in Nederland hadden ook moeten blgven."

En luisteren we niet slechts naar de jongste "geschiedenis, maar ook naar die der hervorming "dan vernemen we bij vernieuwing niets van dat geroep.

God naar zijn Woord dienen kon en mocht men, zooals bleek bij den uitgang, mag en kan men, zooals nog iederen dag zou kunnen blijken, in de Ned. Herv. kerk evenmin als in de Roomsche kerk vóór en na de hervorming.

Zelfs heeft het allesverwoestend ongeloof in de Nederlandsch hervormde kerk meer recht van bestaan'gekregen dan ooit in Rome's kerk. Hoe hard dit zeggen ook zgn mag, 'tis desalniettemin, helaas! niets anders dan de naakte waarheid, die door de werkelijkheid gestaafd wordt. Hadden nu mitsdien > de afgescheiden broeders" toen » ook moeten blgven" ?

Bij vernieuwing houden wij ons aanbevolen voor een duidelgk of voor een grondig antwoord.

En gaan we nog eenmaal terug naar de eerste Nieuw-Testamentische >gescheidenen" en letten we er op, dat het in de kerk der Vaderen hg uitnemendheid, toen er ook nog vrome menschen waren eh de H. Geest er nog werkte, tegenover Groningers en Modernen, destgds Farizeën en Sad-

duceën geheeten, óok al de vraag gold of zij er

God naar zijn Woord nog mochten en konden dienen dan vragen we nog eens: Spreken zij ah gijlieden?

Of hadden ook zij moeten blijven?

Of teekenen wg den toestand niet juist? Zgn we

Sluiten