Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het pascha geen deel wilden nemen, het verbond publiekelijk verbroken hadden, en daarom uitgeroeid, (volgens de Engelsche vertaling, afgesneden) moesten worden uit hunne volken. Men zie Gen. 17 • 14, Exodus 12 : 15, Lev. 7 : 20, 21 enz., enz. En dit uitroeien of afgesneden worden gold niet in de eerste plaats of alleen de kinderen, maar, zooals, terecht, de gereformeerde kerk altijd oordeelde, voornamelijk de ouders. »Bgaldien de ouders hunne kinderen niet besneden, zegt Henry en Stackhousen bjj Gen. 17 : 14, zoo was het tot hun last en waren zij deswegen strafbaar, zooals blijkt uit het geval van Mozes, Exod. 4 : 24, 25."

Ook lezen we te dezer plaatse bij hem: »Diezeive bedreiging is geschied wegens de overtreding van andere tijdelijke inzettingen; gelgk Exod. 32 : 14, Lev. 17 : 20 en 10 : 6, 7, 9, ons leeren. Aben Lsra heeft aangeteekend, dat hij in de gansche heilige Schriftuur drie en twintig plaatsen vond, in welke God de uitroeiing aan degenen dreigt, die de verboden overtreden, maar dat ten opzichte van de geboden, de uitroeiing alleen gevonden wordt hg de geboden, rakende de besnijdenis en het behoorlek vieren van het pascha."

En wanneer er soms onder onze geachte lezers en lezeressen mochten zgn, die meenen de bewering te moeten voorstaan, dat de Heere zich die tuchtoefening voorbehield, dan wjjs ik er thans reeds op dat dit dan toch, gelijk blijken zal, in geen geval onder den dag des Nieuwen Verbonds waar is.

Daarenboven is het naar mgn bescheiden oordeel ontegenzeggelijk dat ook de kérk de wacht waarnemen en tucht uitoefenen moest.

Als Israels zonde staat aangeteekend en lezen we in Bzech. 44 : 7 en 8: »Dewgl gijlieden vreemden hebt ingebracht, onbesnedenen van hart en onbesnedenen van vleesch, om in Mgn heiligdom te zijn, om dat te Ontheiligen, en zg Mgn verbond verbreken. En gijlieden hebt de wacJit van mijne heilige dingen niet waargenomen."

Sluiten