Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het oordeel Gods rustte op de gemeente te Corinthe zoolang het verbond Gods in haar midden publiekelijk ontheiligd werd.

En het zou »haasteljjk komen" over de gemeente te Pergamus. »Ik heb" — zoo spreekt de Heere — »eenige weinige dingen tegen u, dat gij aldaar hebt die de leering van Balaam houden, die Balak leerde, den kinderen Israëls een aanstoot voor te werpen, opdat ze zouden afgodenoffer eten en hoereeren. Alzoo hebt ook gij die de leering der Nicolaïten houden : hetwelk ik haat. Bekeer u, en zoo niet, Ik zal u haastelijk bijkomen:' > Die ooren heeft die hoore, wat de Geest tot de gemeente zegt." Niet tot de Nicolaïten en Balaamsdienaars, maar tot gemeente spreekt de H. Geest.

Van een tucht des Geestes, in betrekking tot de tegenstanders, is hier mitsdien geen sprake.

Tot de »gemeente zegt de Heere: » Wat Ik haat, hebt en houdt gij." —

Indien gij u ten deze opzichte, niet bekeert, zoo zal Ik u haastelijk bijkomen. Dat bekeeren ten dezen opzichte zou dat nu kunnen beteekenen : wachten met iets te doen tot ze zgn uitgestorven ?

Maar nog meer is in Openb. 2 »tot onze leering en waarschuwing" geschreven. In vs. 18 v.v. is het: »Schrgft aan den engel der gemeente te Thyatiren. Dit zegt de Zone Gods, die Zjjne oogen heeft als een vlamme vuurs: Ik heb eenige weinige dingen tegen u, dat gij de vrouw Jesebel, die haar zelve zegt eene profetesse te zijn, laat leeren, en mijne dienstknechten verleiden, dat ze hoereeren en afgodenoffer eten.

Ziet, het leeren en het verleiden van velen in de gemeente, schrijft de Heere hier op rekening dèr gemeente, 't ls daarom, dat Hij tegen haar heeft.

De gemeente Philadelphia wordt daarentegen geprezen, omdat ze Zijn Naam en Woord heeft bewaard.

Hoort, — zoo is het telkens en telkens — »hoort wat de Geest tot de gemeente zegt."

2

Sluiten